Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Selectieve woningtoewijzing op basis van de aard van het inkomen

Onderdeel van Huisvestingsverordening ’s-Hertogenbosch 2021, tweede wijziging

Als sprake is van een in artikel 2.1, tweede lid aangewezen woonruimte/standplaats, komt de aanvrager die minder dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van de huisvestingsvergunning onafgebroken ingezetene is van één van de gemeenten van de woningmarktregio, slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien hij beschikt over: een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid; een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf; een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet; een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964; of een aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000. Indien het inkomen afkomstig is van de in het eerste lid onder a. of b. genoemde bronnen, moet de hoogte van het inkomen tenminste gelijk zijn aan de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 van de Participatiewet. Het college kan aan een woningzoekende die niet voldoet aan de eisen genoemd in het eerste lid alsnog een huisvestingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in dat lid, in gevallen bedoeld in artikel 4.1 van deze huisvestingverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel