Het is verboden afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool of op drukriolering.
De verwerking van hemelwater is volgens de voorkeursvolgorde: vasthouden, bergen, afvoeren, waarbij bovengronds het uitgangspunt is.
Het verbod heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer.
Voor nieuwbouw en verbouw waarbij het dakoppervlak toeneemt met meer dan 2 m2 wordt op ieder perceel een hemelwaterberging aangebracht en in stand gehouden van minimaal 20 mm statische berging ten opzichte van het dakoppervlak op eigen terrein.
Voor gebiedsontwikkeling geldt bovendien dat in de openbare ruimte van het te ontwikkelen gebied een hemelwaterberging gerealiseerd moet worden met een inhoud van minimaal 80 mm statische berging ten opzichte van het verharde oppervlak van zowel openbare als particuliere ruimte. In bijlage 1 is het percentage verhard oppervlak per type particuliere ruimte weergegeven.
De hemelwatervoorziening dient het geborgen water binnen maximaal twee etmalen te infiltreren in de bodem.
Bij regenbuien groter dan 20 mm mogen hemelwatervoorzieningen op particulier terrein bovengronds overlopen naar het openbaar gebied.
Het college kan ontheffing verlenen van het in dit artikel bepaalde.
Artikel 3