De Wet Bibob wordt in beginsel niet toegepast, ingeval de aanvraag voor een beschikking afkomstig is van, of de overheidsopdracht of vastgoedtransactie plaatsvindt met een:
Overheidsinstantie;
Semioverheidsinstantie;
Toegelaten woning(bouw)corporatie (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform het Woningbesluit 1932 middels de daartoe verstrekt vergunning);
Terrein beherende organisatie (zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Brabants Landschap);
Door het bevoegd gezag bij gemotiveerd besluit aangewezen aanvrager of partij;
Elders in deze beleidsregel of bijlage genoemde specifieke uitgezonderde aanvrager of partij.
De genoemde uitzonderingen, als bedoeld in lid 1, gelden niet, als:
Een indicatie of vermoeden bestaat, dat een weigeringsgrond uit de Wet Bibob van toepassing is;
Onderzocht wordt of een verleende beschikking op grond van de Wet Bibob kan worden ingetrokken of;
De Bibob-Officier van Justitie de gemeente adviseert om bij een bepaalde aanvraag, overheidsopdracht of vastgoedtransactie een advies aan het Landelijk Bureau Bibob aan te vragen;
Bij een aanvraag, overheidsopdracht of vastgoedtransactie vanuit eigen informatie of informatie verkregen van een of meer partners binnen het samenwerkingsverband RIEC of van het Openbaar Ministerie informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
Indien een van de gevallen als bedoeld in lid 2 zich voordoet, zal het bestuursorgaan de Bibob-toets toch toepassen met betrekking tot de desbetreffende aanvraag om een beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie.