Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf

Artikel 1:

Begrippen

Onderdeel van Beleidsregel Buitenplanse Afwijkingsmogelijkheden Gemeente Vaals 2022

1.1 Aan- of uitbouw: Een ruimte die aan het hoofdgebouw is gebouwd, die functioneel een geheel vormt met het hoofdgebouw, maar die ruimtelijk een ondergeschikte aanvulling vormt op het hoofdgebouw. 1.2 Consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijven Een dienstverlenend beroep, gericht op het uitoefenen van ambachtelijke en/of consumentverzorgende bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, eventueel met daarbij behorende detailhandelsactiviteiten van ondergeschikte aard, dat in een (beperkt deel van de) woning en/of in de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat gelet op de ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling, met de woonfunctie verenigbaar is. In bijlage 2 is een overzicht van deze bedrijven opgenomen. 1.3 Aansluitend terrein: Het terrein dat op grond van het bestemmingsplan of beheersverordening voor bebouwing in aanmerking komt. Dat is een op de kaart van het bestemmingsplan aangegeven begrensd bouwperceel, waarop een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. De grond die in het bestemmingsplan een (andere) bestemming heeft gekregen en waarop in het geheel geen bebouwing is toegestaan, kan dus niet worden gerekend tot het aansluitend terrein. 1.4 Achtererfgebied: Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.5 Antennedrager: Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.6 Achtergevellijn: De achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan. 1.7 Antenne-installatie: Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.8 Ambacht(elijke) bedrijvigheid: Het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt. 1.9 Ander bouwwerk: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding of zwembad. 1.10 Ander gebouw: Een gebouw, geen woning zijnde. 1.11 Arbeidsmigrant Een persoon die vanwege economische motieven tijdelijk naar de gemeente Vaals komt om een inkomen te verwerven, en wiens hoofdverblijf buiten de gemeente Vaals is gelegen. 1.12 Balkon: Een open uitbouw aan een bovenverdieping van een woning, voorzien van een balustrade en toegankelijk vanuit het verblijfsgebied. 1.13 Bebouwde kom: Een gebied met samenhangende bebouwing, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en niet de plaats van het verkeersbord dat de grens van de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 aangeeft. 1.14 Bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of Bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15 Bed & Breakfast Een Bed & Breakfast is een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt aan afwisselend publiek. De ruimtes in een Bed & Breakfast beperken zich tot slaapkamer(s), badkamer(s) en maximaal een (gezamenlijke) gemeenschappelijk ruimte. Een keuken/kookvoorziening is in Bed & Breakfast kamers alsook in de gemeenschappelijke ruimte niet toegestaan. Het ontbijt wordt door de exploitant aangeboden in de slaapkamers dan wel gemeenschappelijke ruimte. Onder een bed&breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.16 Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17 Bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge het bestemmingsplan of (indien van toepassing) de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 Bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19 Bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.20 Bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; het begrip (bijbehorend bouwwerk) is een verzamelbegrip waar uitbreidingen van een hoofdgebouw, aan- en uitbouwen en bijgebouwen onder vallen. 1.21 Bijgebouw Een vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.22 Carport Een bouwwerk met tenminste een dak en niet of slechts aan één zijde voorzien van een wand, bestaande wanden van overige gebouwen niet meegerekend. 1.23 Dakkapel: Van ramen voorziene uitbouw aan een kap met aanhechtingen die zich in zijn geheel binnen het hellende dakvlak bevinden, die niet de volledige breedte van het dakvlak beslaat. 1.24 Dakopbouw: Een toevoeging aan het dak van de hoofdbebouwing, niet zijnde een bouwlaag en niet ondergeschikt aan het dakvlak. 1.25 Daknok: Het hoogste punt van een schuin dak. 1.26 Dakterras Een dakterras is een bouwkundige voorziening op een (plat deel van het) dak, gebruikt als buitenruimte (terras) van een woning. 1.27 Erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.28 Evenement: Een tijdelijke activiteit in de openlucht al dan niet in tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, vermaak, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden; 1.29 Gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30 Gedenkteken: Bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat is opgericht als herinnering aan personen of gebeurtenissen, al dan niet vanuit een bepaalde religieuze overtuiging. 1.31 Groepsaccommodatie: (deel van) een gebouw dat blijvend bestemd is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten. Kenmerkend voor een groepsaccommodatie is het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten en slaapzalen. 1.32 Hoofdgebouw: Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste gebouw is. 1.33 Huishouden: Van een huishouden is sprake wanneer één of meerdere personen in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen een zekere onderlinge verbondenheid bestaat; 1.34 Internetverkoop Het al dan niet hobbymatig verkopen van goederen via internet, zonder uitstalling, verkoop en afhaal van goederen ter plaatse, waarbij de goederen overwegend per post worden geleverd. Een webwinkel valt niet onder de definitie van internetverkoop. 1.35 Kamerverhuur: Het bedrijfsmatig aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij een (deel van een) gebouw als onzelfstandige wooneenheid/wooneenheden word(t)(en) gebruikt en waarbij verder kenmerkend is dat de kamerhuurder(s) ter plaatse zijn hoofdverblijf heeft (hebben); 1.36 Logies Het bedrijfsmatig aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij een (deel van een) gebouw als onzelfstandige wooneenheid/wooneenheden word(t)(en) gebruikt en waarbij het kenmerk is dat de betreffende persoon zijn hoofdverblijf elders heeft (bv. arbeidsmigranten); 1.37 Maaiveld Bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.38 Mobiele reclame: Al dan niet langs of aan een weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, geplaatste voertuigen c.q. objecten, voorzien van reclameborden en/of andere reclame-uitingen, bedoeld om tijdelijk dan wel permanent ter plaatse te functioneren. In het kader van deze beleidsregel gelden zogenaamde sandwichborden of daarmee redelijkerwijs vergelijkbare objecten niet als mobiele reclame. 1.39 Onzelfstandige woning/wooneenheid Een woning/wooneenheid, niet zijnde een zelfstandige woning/wooneenheid. 1.40 Openbaar toegankelijk gebied: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.41 Passend in het straat- en bebouwingsbeeld: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; de cultuurhistorische samenhang in de omgeving; één en ander door de welstandscommissie, dorpsbouwmeester c.q. monumentencommissie te bepalen. 1.42 patiowoning Een specifiek type eengezinswoning waarbij de (bepalende) buitenruimte geheel of gedeeltelijk is ingesloten door de bouwmassa van de woning, de aangrenzende woning(en) en/of bijbehorende bouwwerken, dan wel door muren. 1.43 Perceel Een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijke herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrastering, sloten en of greppels. 1.44 Perceelsgrens: De grens van een kadastraal perceel. 1.45 Plat dak: Een dak met een dakhelling tussen de 0 en 5°. 1.46 Recreatiewoning: Een gebouw van een woningtypering waarvoor een vergunning ingevolge artikel 2.1. lid 1 Wabo is vereist en dat dient als periodiek verblijf voor wisselende recreant(en), die hun hoofdverblijf elders hebben. Onder een recreatiewoning wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.47 Schuilgelegenheid Een overdekte ruimte die maximaal aan 3 zijden is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden zowel zomer als winter. 1.48 Student Zoals gedefinieerd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 1.49 Volwaardig agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf met ten minste de arbeidsomvang van één volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit op langere termijn voldoende is verzekerd. De volwaardigheid wordt getoetst op doelmatigheid en continuïteit. 1.50 Voorerfgebied: Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.51 Voorgevel De naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw. 1.52 Voorgevelrooilijn: Een op de kaart van het bestemmingsplan aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceels- c.q. bouwgrenzen dan wel een denkbeeldige lijn die loopt langs de voorgevels van de gebouwen die aan de straatzijde zijn gelegen en gezamenlijk het straatbeeld bepalen. Een woning kan meerdere voorgevelrooilijnen hebben. 1.53 Woning/wooneenheid: Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden 1.54 Webwinkel Een vorm van detailhandel met al dan niet een uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald; 1.55 Zelfstandige woning/wooneenheid Woonruimte die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals badruimte, toilet en keuken, buiten de woonruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel