15.1. Algemene plaatsbepaling
Een planologische afwijkingsmogelijkheid kan alleen verleend worden, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de woonsituatie (woon- en leefklimaat op het perceel en/of de directe omgeving);
de verkeersveiligheid, (o.a. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte);
de sociale veiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
privaatrechtelijke verhoudingen;1 Hierbij moet o.a. worden gedacht aan de jurisprudentie inzake evidente privaatrechtelijke belemmeringen die aan het verlenen van een afwijking in de weg staan, zie bv. Afdeling 30 juni 2010, nr. 200907258/1/H1.
het straat- en bebouwingsbeeld c.q. de stedenbouwkundige samenhang, en;
het verlenen van de afwijking niet in strijd is met gemeentelijk beleid.
In artikel 1 is beschreven welke factoren bepalend zijn voor het antwoord op de vraag, of een bepaalde aanvraag als ‘passend binnen het straat- en bebouwingsbeeld’ kan worden aangemerkt.
Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is verder sprake als de bebouwingskarakteristiek en/of de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast.
15.2. Planschadeverhaalsovereenkomst
Gelet op de aard en de omvang van de afwijkingsmogelijkheid kan voor de economische uitvoerbaarheid van het plan, ter afwenteling van de eventueel voor de gemeente optredende planschadekosten, een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten te worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
In de overeenkomst wordt vastgelegd dat de eventuele planschadekosten voor rekening komen van de initiatiefnemer van het plan. Indien initiatiefnemer niet (tijdig) meewerkt aan het sluiten van deze overeenkomst kan geen medewerking worden verleend aan zijn aanvraag/plan op het moment dat dit plan niet past binnen het bestemmingsplan. De reden hiervoor is dat niet kan worden aangetoond dat de noodzakelijke planologische maatregel (afwijking bestemmingsplan) voor de gemeente economisch uitvoerbaar is.
15.3: Toepassing begripsbepalingen
Ter uniformering van de toepassing van deze beleidsregel in relatie tot het bestemmingsplan is voor wat betreft de begripsomschrijvingen aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Voor zover een definitie in deze beleidsregel ontbreekt, zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de begripsbepalingen van het vigerende bestemmingsplan en / of uitleg daarvan in het reguliere spraakgebruik.
15.4: Toepassing “wijze van meten”
Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, wordt bij de toepassing van deze beleidsregels de bepalingen in het desbetreffend bestemmingsplan omtrent de “wijze van meten” toegepast.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf
Artikel 15:
Algemene regels bij toepassing van de beleidsregel
Onderdeel van Beleidsregel Buitenplanse Afwijkingsmogelijkheden Gemeente Vaals 2022