Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Basisprocedure toewijzing

Onderdeel van NADERE REGELS TOEWIJZING WOONWAGENSTANDPLAATSEN GEMEENTE ARNHEM

1. In de gevallen waarin er geen sprake is van overlijden/verhuizing naar een (woon)zorginstelling of van maatwerk vindt toewijzing plaats door de woningcorporatie, na het doorlopen van de onderhavige procedure: a. toewijzing vindt plaats op grond van het afstammingsbeginsel per woonwagenlocatie; b. voor toewijzing geldt per woonwagenlocatie de meettijd van kinderen van de huidige bewoners, op volgorde van meettijd; c. de ingeschrevene met de langste meettijd kan als eerste aanspraak maken op de standplaats; d. maakt de ingeschrevene hier geen gebruik van, dan is de daaropvolgende ingeschrevene aan de beurt; e. indien er geen kinderen van de bewoners van de betreffende woonwagenlocatie reageren op de vrijgekomen standplaats, kunnen overige familieleden tot de tweede graad hun belangstelling kenbaar maken bij de betreffende woningcorporatie; en f. de huurdersvereniging draagt de kandidaat of kandidaten voor, die conform de onderdelen a en b, of e, uit deze basisprocedure in aanmerking komen voor een woonwagenstandplaats. De woningcorporatie bekijkt welke ingeschrevene de langste meettijd heeft. 2. Bij de toewijzing van woonwagenstandplaatsen geldt dat er voorrang is voor diegenen geen zelfstandige woning hebben en diegenen die een standplaats achterlaten, boven hen (spijtoptanten) die een (sociale huur)woning achterlaten.

Rechtspraak bij dit artikel