**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt;
**2..** Een bijdrage als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, wordt als volgt vastgesteld. Een cliënt of gehuwde cliënten samen betalen de kostprijs, die maximaal €19,00 in totaal per bijdrageperiode is. Dit geldt tenzij er op grond van artikel 2.1.4, derde lid, van de Wmo 2015 en/of het bepaalde in hoofdstuk drie van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Als het bedrag van € 19,00 per bijdrageperiode in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of in een uitvoeringsregeling daarvan wordt aangepast, geldt dit aangepaste bedrag automatisch ook voor het in deze verordening genoemde bedrag per bijdrageperiode. De kostprijs voor een maatwerkvoorziening in de vorm van hulpmiddelen bedraagt de prijs waarvoor het hulpmiddel of de hulpmiddelen door de gemeente is of zijn ingekocht en de eventuele kosten voor reparatie-, onderhoud- en verzekering van het hulpmiddel (all-in onderhoudstarief).
**3..** Wanneer een cliënt via het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer gecompenseerd wordt (Wmo-vervoer) is er geen sprake van een bijdrage in de kosten zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel. Voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt aan de reiziger een bijdrage per rit gevraagd. De hoogte van de reizigersbijdrage is te vergelijken met de kosten die een reiziger maakt bij gebruik van openbaar vervoer. De reizigersbijdrage per rit wordt eveneens toegepast wanneer een cliënt een pgb / een financiële tegemoetkoming ontvangt voor individueel vervoer;
**4..** In afwijking van het eerste lid kan de gemeente in specifieke situaties en in individuele gevallen besluiten dat de cliënt (tijdelijk) geen eigen bijdrage is verschuldigd indien,
een cliënt acute betaalproblemen heeft bijvoorbeeld doordat deze cliënt wel inkomen en vermogen heeft maar geen vrije beschikking heeft over zijn middelen. In dat geval heeft deze cliënt geen betaalcapaciteit om aan zijn verplichtingen te voldoen. De gemeente heeft er belang bij om schulden bij cliënten, of verergering daarvan, te voorkomen;
er sprake is van situaties dat de verschuldigheid van de eigen bijdrage nadelig is voor een persoonsgerichte aanpak om bepaalde specifieke cliënten mee te laten doen in de samenleving. Dit kan voorkomen bij integrale persoonsgerichte aanpak van cliënten die met politie of Justitie in aanraking zijn gekomen;
**5..** In afwijking van het eerste lid kan de gemeente in specifieke situaties en in individuele gevallen geen eigen bijdrage heffen bij bepaalde vormen van bemoeizorg voor maatschappelijke zorgdoelgroepen in de kosten voor een maatwerkvoorziening. Het gaat om doelgroepen bij wie zorgmijding leidt tot maatschappelijke uitval, of deze in stand houdt;
**6..** In afwijking van het eerste lid kan de gemeente in specifieke situaties en in individuele gevallen onder voorwaarden een pauze (tijdelijke vrijstelling) bepalen voor de betaling van de eigen bijdragen;
**7..** Overgangsregeling 18-/18+: vanaf het moment dat een gebruiker van een hulpmiddel (geen rolstoel) 18 jaar wordt geldt voor de voorziening vanuit de Wmo een eigen bijdrage. De bijdrage wordt berekend over de dan geldende restwaarde van de voorziening;
**8..** In afwijking van het eerste lid heft de gemeente geen eigen bijdrage voor eventuele kosten die gemoeid zijn met het onderzoek zoals bedoeld in artikel 4;
**9..** De bijdragen die gelden voor een bijdrage als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel bedragen niet meer dan de kostprijs;
**10..** De kostprijs van een:
Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
Pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb
**11..** De bijdrage voor beschermd wonen wordt berekend en vastgesteld op het toegestane maximumbedrag conform het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015;
**12..** De omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten voor opvang wordt binnen de kaders van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgesteld:
Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang is een maximale eigen bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder langer dan één etmaal gebruik maakt van deze 24-uurs verblijfsvoorzieningen. Vaststelling en inning van deze eigen bijdrage is opgedragen aan de opvanginstellingen. De hoogte van de eigen bijdrage zal nooit de werkelijke kostprijs of feitelijke woonlasten te boven mogen gaan.
Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang dient een persoon minimaal zak en kleedgeld over te houden plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag en waar nodig geld voor voeding (Nibud norm);
**13..** Het Centraal Administratie Kantoor stelt de bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen, vast en int deze.
**14..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 15.
Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of pgb’s
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gooise Meren 2023