Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gooise Meren 2023

1.. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: de behoefte die voorkomt uit de persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling, gezinssituatie en mogelijkheden van cliënt; de draagkracht en steunbehoefte van de eventuele mantelzorger van cliënt en de belasting die deze ervaart bij de zorg voor de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht en/of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheid om door middel van (algemene) voorzieningen of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten het gewenste resultaat namelijk verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, te bereiken; de mogelijkheid om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, zorg, onderwijs, welzijn, wonen, maatschappelijke ondersteuning en/of werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of aan beschermd wonen of opvang; indien van toepassing: of er sprake is van een bijdrage in de kosten voor het gebruik van een voorziening met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te treffen; andere aspecten die in het kader van het onderzoek noodzakelijk zijn. 2.. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2, lid 3, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; 3.. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten, de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken; 4.. Als de cliënt en zijn hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek; 5.. Het college is bevoegd om in het kader van het onderzoek de cliënt of diens vertegenwoordiger op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen, rekening houdend met de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen; 6.. De cliënt of diens vertegenwoordiger dient aan het college of de door hem aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het onderzoek; 7.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate beschikbare voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel