Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gooise Meren 2023

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 8 lid 3; indien het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing de hulpvraag had kunnen voorkomen, in dat geval kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie; indien het een voorziening betreft die de cliënt voorafgaand de melding, aanvraag of het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld en het college vaststelt dat de melding dan wel de aanvraag niet eerder ingediend kon worden en de betreffende voorziening niet langer dan een half jaar voorafgaand aan de melding, aanvraag of het besluit is gerealiseerd of geaccepteerd, en: de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn, en: het college tot het oordeel komt dat de betreffende maatwerkvoorziening noodzakelijk is; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; indien de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning bij een verzoek om herverstrekking of ongewijzigde verlenging; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; indien zorg en/of (groeps)begeleiding in het buitenland plaatsvindt, tenzij het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend. 2.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen andere noodzakelijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; voor zover het voorzieningen in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met beperkingen en die bij nieuwbouw of renovatie meegenomen kunnen worden; als de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers; indien de gevraagde maatwerkvoorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau van sociale woningbouw (beschreven in het geldende Bouwbesluit); wanneer het om verhuiskosten gaat vanuit de ouderlijke woning naar de eerste zelfstandige woonruimte; als belanghebbende verhuist naar een tijdelijke woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar te bewonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel