Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.

Artikel 11

Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Rijswijk 2022

1.. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of: personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 2.. Personen als bedoeld in het eerste lid dienen eveneens: ingeschreven te staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (zoals SKJ), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp; in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. 3.. Als de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 4.. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 en 2, is sprake van informele hulp. Informele hulpverleners dienen in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. 5.. Het college kan nadere regels vaststellen over de kwalificaties van formele hulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel