**1..** De houder of eigenaar van de hond wordt gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond als deze, op grond van artikel 3, is aangemerkt als gevaarlijk of in strijd handelt met een van de opgelegde maatregelen waaronder het aanlijn- en/of muilkorfgebod, en waarbij de hond ofwel opnieuw een bijtincident veroorzaakt ofwel dat er ernstige vrees is op het ontstaan van een bijtincident.
**2..** De burgemeester kan besluiten tot in bewaring neming van de hond op grond van artikel 5:21 Awb:
Als de situatie genoemd in het eerste lid heeft voorgedaan en de houder of de eigenaar hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond of;
Bij (ernstige vrees voor het ontstaan van) een ernstig bijtincident.
**3..** Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan de burgemeester opdracht geven de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest.
**4..** Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het derde lid, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, kan door de burgemeester worden besloten deze hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts.
**5..** De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie kunnen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond komen en op hem/haar worden verhaald.
Artikel 5
Afstand doen van de hond/ in bewaring neming van de hond.
Onderdeel van Beleidsregel hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Horst aan de Maas