Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van vaste standplaatsvergunningen is maximaal 10 jaar. Gelet op het feit dat sprake is van een schaarse vergunning is het verlenen van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd niet mogelijk. Dit biedt tevens de mogelijkheid bij opnieuw verlenen van een vergunning te boordelen of de standplaatshouder en de locatie nog voldoen aan de gestelde eisen.
De geldigheidsduur van een standplaatsvergunning voor de verkoop van seizoensgebonden producten is zes weken tot drie maanden.
Een incidentele standplaatsvergunning wordt per ondernemer voor de duur van maximaal twee dagen in een kalenderjaar voor een specifieke locatie verleend.
Een herinrichting/herstructurering van de openbare ruimte of gebiedsontwikkeling kan ook aanleiding geven om de standplaatsvergunning niet te verlengen. Indien een zodanige situatie zich voordoet, zal de betreffende standplaatshouder hiervan tijdig op de hoogte worden gesteld.
Vergunningsvoorschriften
Aan de verlening van de vergunning worden diverse voorschriften verbonden. Al deze voorschriften zijn erop gericht de belangen van openbare orde, veiligheid, milieu en volksgezondheid te beschermen, alsmede de controle op een juist gebruik van de vergunning mogelijk te maken. Als standplaats een inrichting is als bedoeld in de Wet Milieubeheer geldt voor milieu de regels uit het Activiteitenbesluit. Zo worden voorschriften gesteld aan bijvoorbeeld inname standplaats, overschrijving vergunning, afwezigheid en vervanging bij ziekte en vakantie. Een overzicht van alle voorschriften die in ieder geval aan een vergunning worden verbonden staat in bijlage 2. In individuele gevallen kunnen voorschriften worden toegevoegd indien de situatie daar aanleiding voor geeft.