Gebiedsbeschrijving
Het terpengebied wordt gekenmerkt door de overweldigende openheid van het landschap, met daarin verspreid liggende bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen. Deze bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen zijn veelal omzoomd met hoog opgaande beplanting. Hierdoor ontstaat vooral in de zomer het beeld van groene eilanden in het weidse landschap.
De bebouwingsconcentraties variëren van enkele woningen tot kleine dorpjes en gehuchten. Deze concentraties komen in de gemeente veel voor. Enkele hiervan zijn kleine terpdorpjes, met midden op de terp de kerk en daaromheen enkele woningen en boerderijen. Een mooi voorbeeld is Waaxens, waar naast de kerk een tweetal zeer karakteristieke boerderijen, een pastoriewoning en een karakteristiek rijtje woningen het bebouwingsbeeld bepalen. Het bebouwingsbeeld is daarmee zeer divers en rijk aan architectonische kwaliteiten. Hetzelfde geldt voor een dorpje als Wetsens.
Andere bebouwingsconcentraties manifesteren zich als linten met een lage bebouwingsdichtheid, zoals Hantumerhoeke en Hiaure. Ook in deze lintjes gaat het om zeer diverse bebouwing.
Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen. Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf vaak bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. De maatvoering van deze bebouwing is fors en opvallend, waarbij met name de aardappelschuren opvallen door een hoge gootlijn. Het gebruik van moderne en licht gekleurde plaatmaterialen zorgt voor sterk in het oog springende effecten. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.
In het buitengebied komen verspreid andere functies voor zoals woonhuizen, enkele bedrijfslocaties, eendenkooien, aardgaslocaties en bouwwerken met een bijzondere civieltechnische functie zoals gemalen, waterkeringen, molens en sluizen.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling
Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Ingrijpende ontwikkelingen worden niet verwacht voor het buitengebied. Wel zullen in de toekomst als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, sommige boerderijen willen groeien en andere zullen hun agrarische functie verliezen. Ook is denkbaar dat de in het buitengebied voorkomende kenmerkende kleine woningen zullen veranderen. Voor deze thematiek heeft de gemeente bijzondere aandacht en wordt verwezen naar het 'Ontwerpboek bûtengebiet Noardeast-Fryslân'.
Indien een bouwplan complex van aard is, bijvoorbeeld vanwege bepaalde ruimtelijke eisen, of landschappelijke inpassing, of schaalvergroting, kan worden gewerkt volgens de aanpak van 'de Nije Pleats'. Als hiervan gebruik gemaakt wordt, zullen de hier gestelde gebiedsgerichte criteria ter inspiratie dienen maar niet langer gelden als toetsingskader. De welstandsbeoordeling wordt dan gerelateerd aan de uitkomsten van de Nije Pleatssessies. Tijdens de Nije Pleatssessie kan wel afgesproken worden dat de welstandsnota als toetsingskader wordt gebruikt. Voor meer uitleg over de Nije Pleats zie: www.nijepleats.nl
Het beleid van de gemeenten is erop gericht om nieuwe functies (onder voorwaarden) mogelijk te maken, mits dit geen afbreuk zal doen aan de verschijningsvorm van het boerenerf.
Welstandsambitieniveau
Voor het buitengebied is een bijzonder ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt daarbij op handhaven en respecteren.
Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 11.
BUITENGEBIED (TERPENGEBIED)
Onderdeel van Welstandsnota Noardeast-Fryslân