Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Vragenformulier

Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Hilvarenbeek

1. Een betrokkene aan wie een vragenformulier is uitgereikt, wordt een redelijke termijn gegeven (maximaal 4 weken) om in de gelegenheid te worden gesteld dit bij het bestuursorgaan in te dienen. 2. In gevallen waarin de gegevens die in de aanvraag en het krachtens artikel 7a, vijfde lid van de Wet Bibob vastgestelde formulier tijdens het onderzoek onvoldoende duidelijk en consistent blijken te zijn, kunnen daartoe door of namens het bestuursorgaan aangewezen medewerkers de betrokkene, zo nodig in een persoonlijk onderhoud, om een toelichting verzoeken en vragen stellen. 3. Indien een vragenformulier, volgens de daarin of daarbij gegeven aanwijzingen, onvolledig is ingevuld, niet alle verzochte bijlagen daaraan zijn toegevoegd of gegevens bevat waarvan aanstonds blijkt dat deze onjuist zijn, wordt de indiener krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 3 weken de gelegenheid geboden tot herstel. Gedurende deze termijn is de beslistermijn krachtens artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht opgeschort. Zo nodig kan hierna nog een tweede hersteltermijn volgen. 4. Indien gedurende de hersteltermijn geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid de gebreken op te heffen of de gevraagde extra informatie niet of onvolledig wordt aangeleverd en de ontbrekende en of onjuiste gegevens materieel van belang zijn voor de beoordeling van het vragenformulier, wordt dit gezien als een weigering door betrokkene. Deze weigering wordt beschouwd als een ernstige mate van gevaar zoals bedoeld in artikel 3 juncto 4 van de Wet Bibob. De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken en de aangevraagde beschikking zal buiten behandelen worden gesteld. Ook kan dit leiden tot het niet aangaan van een overeenkomst of dat een reeds aangegane overeenkomst wordt beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel