Het bestuursorgaan past de Wet Bibob in beginsel toe met betrekking tot verleende beschikkingen indien:
a. de verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na de verstrekking van de beschikking, is aangewezen als risicogebied;
b. de verstrekte beschikking onderdeel uitmaakt van een branche of onderdeel in deze branche, die op basis van een door het bestuursorgaan genomen besluit na de verstrekking van de beschikking is aangewezen als risicobranche;
c. bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-onderzoek, ten minste een mindere mate van gevaar is geconstateerd zoals bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Wet Bibob en aan betrokkene in de gemeente Hilvarenbeek een soortgelijke beschikking is verleend. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie in het Bibob-onderzoek verzoeken;
d. als vanuit eigen informatie en/of, vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of, vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij het wijzigen van een schikking of verleende beschikking sprake is van een mindere mate van gevaar dan wel een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Toepassingsbereik bij verleende beschikkingen
Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Hilvarenbeek