Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2b

Toepassingsbereik Bibob-onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Hilvarenbeek

1. In geval van een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob vindt een Bibob-onderzoek plaats wanneer deze betrekking heeft op de volgende risicocategorieën, risicogebieden en / of het genoemde bijzondere geval: A. Risicocategorieën: • Inrichtingen waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet: - logies wordt verstrekt (waaronder hotels, kamerverhuurbedrijven, pensions) - dranken worden geschonken (waaronder horecabedrijven), of - rookwaren of spijzen (waaronder coffeeshops) voor directe consumptie worden verstrekt; • Voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele diensten worden aangeboden of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden (waaronder prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen, sekswinkels, erotische massagesalons); • Een natuurlijke persoon, een groep van natuurlijke personen of een rechtspersoon die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen verricht of seksuele diensten aanbiedt in een andere ruimte dan de bedrijfsruimte (waaronder escortbedrijven); • Inrichtingen die in het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als smartshops, coffeeshop of headshops; • Inrichtingen die zijn bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelen (waaronder speelautomatenhallen en gamecenters); • Afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijven; • Autohandel (verkoop en verhuur); • Beauty-, wellness- en saunabedrijven; • Bedrijfsverzamelgebouwen; • Cadeauwinkels; • Cultureel erfgoed; • Dienstverleners, zoals bv kapsalons, belwinkels, internetcafés en niet-geregistreerde uitzendbureaus; • Energiecorporaties; • Gemeentelijke panden, bij verkoop met een koopsom van > 500.000 euro of meer; • Hondenhandel; • In- en exportbedrijven (handelsondernemingen; schoenen, kleren, onderdelen); • Infrastructurele werken; • Klusbedrijven; • Maneges, paardenhouderijen, stoeterijen, of fokken van c.q. handelen in paarden (in de ruimste zin van het woord); • Sloopbedrijven; • Snel laadstations; • Sportscholen; • Transportondernemingen; • Vastgoedbedrijven; • Vrijplaatsen (locaties waar en/of groepen waartegen een effectief overheidsoptreden wordt belemmerd, leidend tot een maatschappelijk ongewenste situatie, waarbij aanwijzingen bestaan voor het aanwezig zijn van strafbare gedragingen waaronder (fiscale) fraude en waarbij we spreken over handhavingsknelpunten. De belemmering betreft soms een bestaande of vermeende dreiging, soms een sociaal-culturele hindernis); • Vuurwerkbranche. • Zonneparken; • Woon-/zorgkantoren waar bedrijfsmatig zorg wordt verleend; • Zorgaanbieders; • PGB (persoonsgebonden budget)-bureaus; • Wisselkantoren; • Categorieën die een sterke relatie hebben met het bovenstaande. B. Risicogebieden: • Bedrijventerreinen; • Recreatieterreinen; • Winkelcentra. C. Bijzondere gevallen: • Indien er aanwijzingen zijn of een vermoeden dat de financiering geheel of gedeeltelijk plaatsvindt of zal plaatsvinden via crowdfunding, sponsoring of giften. Aanwijzingen voor of een vermoeden van financiering middels crowdfunding, sponsoring of giften kunnen aanwezig zijn wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1.2 van dit beleid. NB.: Bovenstaande opsomming van risicocategorieën en risicogebieden is niet limitatief. Deze risicocategorieën en risicogebieden kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders worden aangepast. 2. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob, voor zover het betreft het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht en valt binnen de genoemde risicocategorieën en /of gebieden van lid 1, wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer: - het aankoop- of verkoopbedrag van de betrokken onroerende zaak € 500.000,- of meer bedraagt; of - de taxatiewaarde van de betrokken onroerende zaak voor wat betreft opstal € 500.000,- of meer (exclusief belastingen) bedraagt; of - de taxatiewaarde van de betrokken onroerende zaak voor wat betreft erfpacht € 500.000,- of meer (exclusief belastingen) bedraagt. 3. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer de betrokken onroerende zaak valt binnen de genoemde risicocategorieën en /of gebieden van lid 1 en de WOZ-waarde €500.000,- of meer bedraagt, tenzij: a. de huur of verhuur van het object naar aard van korte duur is; b. het gaat om verhuur ten behoeve van educatieve, maatschappelijke en culturele doeleinden. 4. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob, voor zover het betreft het verlenen van een gebruikrecht en valt binnen de genoemde risicocategorieën en /of gebieden van lid 1, wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer de pacht € 500.000,- of meer bedraagt, tenzij het gaat om korte pacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel