**1..** De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
**3..** Op plaatsen waar kentekenparkeren geldt moet bij de voldoening op aangifte het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
**4..** De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**5..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel of RFID-kaart inloggen op de centrale computer.
**6..** De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**7..** Een naheffingsaanslag wordt opgelegd conform het bepaalde in artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet.
**8..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 6.
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023