Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.8

ZONERING LAANBOOMTEELTGEBIEDEN

Onderdeel van Intergemeentelijke Strategische Visie laanboomcentrum Betuwe

Algemeen Voor het plangebied is de wens en noodzaak aanwezig om een integrale zonering op te stellen. Doel van de zonering is om voldoende ontwikkelingsmogelijkheden te bieden aan de laanboomteelt en anderzijds de aanwezige kwaliteiten, waarden en samenhang met andere functies te waarborgen. De zonering is dus bedoeld om in te kunnen spelen op de behoeften van de ondernemers, kwetsbare natuurgebieden te ontzien en beter in te kunnen spelen op de recreatievraag van ondernemers. De zonering is een instrument dat van belang is voor het sturen van de ontwikkelingsruimte van de laanboomteeltbedrijven en kan bijdragen aan behoud van zowel de landschaps- en natuurwaarden van het plangebied als de recreatieve mogelijkheden. Door een zone aan te wijzen waarbinnen de laanboomteelt wordt geconcentreerd, is duidelijk waar de ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, waar ruimte is voor groei, en ontstaan daarbuiten deelgebieden met nadruk op andere functies. Deze zonering is op de visiekaart opgenomen. Begrenzing van de zonering In de totstandkoming van de begrenzing en de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden is een onderscheid te maken in drie deelgebieden, waarin de accentverschillen van de gemeenten Overbetuwe, Neder-Betuwe en Buren tot uitdrukking komen. Neder-Betuwe Binnen de gemeente Neder-Betuwe bepalen boomkwekerijen voor een groot deel het landschap. Ook hebben zij een grote sociaaleconomische betekenis voor de gemeente. De gemeente wil dat de sector zich verder kan ontplooien en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien en zich verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Dit betekent dat het gehele buitengebied, met uitzondering van de uiterwaarden en het weidevogel- en ganzengebied, kan worden ingezet om groei van deze sector mogelijk te maken en heeft het de prioriteit ten opzichte van andere functies, zoals recreatie en toerisme en wonen. Als vanzelfsprekend zal rekening moeten worden gehouden met landschappelijke inpassing van de laanboomteeltbedrijven en de groene dooradering met boomteeltproducten. Indien dit vanuit de kwaliteiten van het landschap nodig en mogelijk is, zullen randvoorwaarden worden gesteld aan de inpassing van nieuwe agrarische bouwpercelen, niet grondgebonden teelten (containerteelt) en teelt-ondersteunende voorzieningen. De randvoorwaarden zijn afhankelijk van de aard en de locatie van de voorzieningen. Ook vanuit oogpunt van educatie/profilering van de sector is het gebied een logische plek om bijvoorbeeld een informatiecentrum op te richten. Als plek hiervoor is het ABC-terrein gekozen. Overbetuwe Het plangebied van de gemeente Overbetuwe kan in ruimtelijk opzicht worden onderverdeeld in twee delen: het oostelijk deel en het westelijk deel. De grens tussen de delen is niet hard, er is sprake van een overgangszone. Globaal kan de rijksweg A50 als grensgebied worden aangehouden. Het oostelijk deel, met de kernen Elst en Oosterhout, is nu overwegend een intermediair gebied in de stadsregio tussen Arnhem en Nijmegen. Vanuit de Stadsregio Arnhem - Nijmegen ligt een grote opgave op het gebied van wonen, werken, verkeer en recreatie op de gemeente Overbetuwe. Hier is sprake van een intensiever gebruikt gebied waar veranderingen zich relatief sneller opvolgen. In deze zone zijn meer functies gevestigd die een rol spelen voor de gehele stadsregio. Hierbij is te denken aan wonen, werken, cultuur(historie), infrastructuur, maar ook het Park Lingezegen (recreatie en landschap in de Rijksbufferzone). Vanwege de voorgenoemde invulling en functie van het gebied is ontwikkeling van de laanboomteelt hier niet gewenst. Daarnaast zijn er door deze functie en het bijbehorende ruimtebeslag ook nauwelijks geschikte gronden beschikbaar voor de laanboomteelt. Mogelijk dat het Park Lingezegen nog wel een educatieve rol vanuit het oogpunt van de laanboomteelt kan betekenen. Dit kan bijvoorbeeld door realisatie van een locatie met voorbeelden van laanboomteelt in combinatie met een bezoekersplek. Dit hoeft vanuit educatief oogpunt niet de hoofdlocatie te zijn, maar gezien de verwachte bezoekersaantallen en ligging van het park is het wel een potentieel interessante locatie om de laanboomsector te kunnen profileren. Het westelijk deel van de gemeente is een gebied met meer een landelijke functie. Het westelijke deel is ook aan veranderingen onderhevig, zij het dat deze veranderingen passend zijn bij de meer landelijke functie. Het westelijk deel is een relatief rustig gebied, waar geen grote ontwikkelingen plaatsvinden. Dit gebied ontleent haar kwaliteiten aan de openheid, de natuurwaarden, het landschap en de cultuurhistorische waarden. Een afwisseling van functies en landschappen dus. In dit gebied wil de gemeente ontwikkelingsmogelijkheden geven aan de laanboomteelt. De laanboomteelt is hier echter wel ondergeschikt aan de kwaliteiten van het landschap. Ontwikkeling binnen de komgebieden, waardevolle open gebieden, grondwater-beschermingsgebieden en landgoederen is niet wenselijk. Tevens wil de gemeente, gezien de karakteristiek van het landschap, graag een afwisseling in verschillende agrarische functies. Dus op de oeverwallen en stroomruggen niet enkel laanboomteelt, maar een mix aan laanboomteelt, fruitteelt, akkers en weidegronden. Deze afwisseling zal het karakter van het landschap versterken en biedt hiermee een uitstekend uitgangspunt voor recreatief medegebruik van het gebied als wandelen en fietsen. Dit is mede een opgave voor het gebied vanuit de stedelijke functie van het oostelijk deelgebied. Buren Ook het grondgebied van de gemeente Buren kan in ruimtelijk opzicht worden onderverdeeld in twee delen: het oostelijk deel en het westelijk deel. De grens tussen de twee gebieden kan globaal getrokken worden op het Amsterdam-Rijnkanaal. Het westelijk gebied is in de huidige situatie een gebied met belangrijke, reeds bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Dit is het gebied binnen de gemeente waar deze kwaliteiten nog het sterkst aanwezig zijn. De gemeente zet in dit gebied duidelijk in op behoud en versterking van die kwaliteiten. Laanboomteelt vindt hier in de huidige situatie nauwelijks plaats. Ook in de toekomst zal de gemeente laanboomteelt in dit gebied niet stimuleren. Laanboomteelt is hier dus duidelijk ondergeschikt aan de bestaande functies en kwaliteiten. Het oostelijk deelgebied is nu overwegend een afwisselend gebied met diversiteit aan functies. Ook de laanboomteeltsector is hier al goed vertegenwoordigd. Dit gebied herbergt minder belangrijke bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Ondanks dat de gemeente deze waarden wel wil versterken, ziet zij ook mogelijkheden om onder voorwaarden ontwikkelingsruimte voor de laanboomsector te bieden. Dit mede vanwege de aanwezigheid van bestaande bedrijven en de directe aansluiting op het 'hart' van het laanboomcentrum in de gemeente Neder-Betuwe. De bestaande functies en kwaliteiten zijn dus niet direct ondergeschikt aan de laanboomteelt, maar de ontwikkelingsmogelijkheden voor de laan-boomteelt zijn verbonden aan voorwaarden. Bij het landbouwkundig gebruik van de gronden en bij nieuwbouw van landbouwbedrijven en bouwwerken dient zorgvuldig te worden omgegaan met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ook moet aangesloten worden op het cultuurhistorisch onderscheid tussen oeverwallen, komgronden en uiterwaarden. Zo is bijvoorbeeld teelt van laanbomen binnen de komgebieden en uiterwaarden niet wenselijk. Zoals hierboven aangeven zijn de wensen voor schaalvergroting vanuit de boomteelt afgewogen ten opzichte van de andere sectoren in het buitengebied. In de integrale visiekaart is de ruimtelijke balans van de verschillende kwaliteiten in relatie tot de gewenste boomteeltontwikkeling gevisualiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel