Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Nadere regels voor regionale museale samenwerking beeldende kunst

Onderdeel van Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht

1.. Subsidie kan worden verstrekt voor: fysieke investeringen, zoals klimaat en beveiligingsmaatregelen, om professionele tentoonstellingen mogelijk te maken; Tentoonstellingen van (actuele) beeldende kunst waarbij sprake is van een samenwerking tussen twee of meerdere musea en/of tentoonstellingsinstellingen. Onderzoek en uitvoering op het gebied van collectiemobiliteit en dan met name het uitlenen van werken. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid onder b wordt slechts verstrekt indien de activiteiten voldoen aan de volgende criteria: de instelling dient voor publiek toegankelijk te zijn, de instelling is minimaal 4 dagen per week geopend, de instelling voldoet aan de richtlijnen opgesteld in de museumnorm 2020, 3.. Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend met inachtneming van het volgende: De aanvraag voor subsidie kan doorlopend worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober van ieder jaar, na voorafgaande afstemming met een beleidsmedewerker van de beleidscluster cultuur van de provincie Utrecht. Bij de aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval een projectplan verstrekt. Het projectplan bevat de volgende gegevens: een met (duidelijk, gespecificeerde en actuele) bewijsstukken gestaafde begroting van de subsidiabele kosten waarin wordt omschreven welke investering door de aanvrager of anderen wordt gedaan en welke bijdrage gevraagd wordt van de provincie; en een plan van aanpak waarin wordt omschreven wat gerealiseerd wordt en op welke wijze, wat het tijdspad is; voor wat betreft artikel 5, lid 1 onder b, wordt vermeld wie de samenwerkingspartner(s) is of zijn. 4.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt aan professionele musea en tentoonstellingsinstellingen voor beeldende kunst. Streekmusea zijn uitgesloten als aanvrager maar kunnen wel partner zijn 5.. Het subsidieplafond bedraagt voor activiteiten in het eerste lid voor 2024 € 50.000. 6.. Subsidiabele kosten, Kosten zijn alleen subsidiabel indien het gaat om investeringskosten als bedoeld in artikel 53, vierde lid, AGVV en overheadkosten die direct betrekking hebben op de activiteit voor zover deze vallen binnen de kosten zoals genoemd in artikel 53, vijfde lid, AGVV; Voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting van het project.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel