Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Nadere regels voor het vergroten van het publieksbereik van Utrechts erfgoed

Onderdeel van Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht

1.. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die collecties van Utrechtse erfgoedinstellingen zichtbaar en beleefbaar maken voor het (grote) publiek. 2.. Subsidie wordt slechts verstrekt als projecten en activiteiten: aansluiten bij de provinciale erfgoedthema’s uit de Cultuurhistorische Hoofdstructuur; Utrechts cultureel erfgoed op een vernieuwende manier zichtbaar en beleefbaar maken; digitale continuïteit in zich dragen; een samenwerkingscomponent hebben; een visie hebben om erfgoed te ontsluiten voor de doelgroepen “jongeren” of “mensen met een migratieachtergrond’; aansluiten bij bestaand gemeentelijk beleid; bijdragen aan de verwezenlijking van de provinciale doelen op het gebied van recreatie en toerisme; een bijdrage leveren aan UtrechtAltijd.nl. 3.. Subsidie kan worden verstrekt aan lokale overheden en maatschappelijke non-profit instellingen. 4.. Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend met inachtneming van het volgende: de aanvraag voor subsidie kan doorlopend worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober van ieder jaar, na voorafgaande afstemming met een beleidsmedewerker van de beleidscluster cultuur en erfgoed van de provincie Utrecht; bij de aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval een projectplan verstrekt. Het projectplan bevat de volgende gegevens: een met (duidelijk, gespecificeerde en actuele) bewijsstukken gestaafde begroting van de subsidiabele kosten waarin wordt omschreven welke investering door de aanvrager zelf wordt gedaan en welke bijdrage gevraagd wordt van de provincie; een plan van aanpak waarin wordt omschreven wat gerealiseerd wordt en op welke wijze, wat het tijdspad is en wie de samenwerkingspartners zijn. 5.. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoelt in lid 1 bedraagt voor de periode 2024 € 350.000. 6.. Subsidiabele kosten Kosten zijn alleen subsidiabel indien het gaat om investeringskosten als bedoeld in artikel 53, vierde lid, AGVV en overheadkosten die direct betrekking hebben op de activiteit voor zover deze vallen binnen de kosten zoals genoemd in artikel 53, vijfde lid, AGVV; Voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting van het project.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel