Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Indieningsvereisten aanvraag

Onderdeel van Uitvoeringsregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Noord-Limburg

1.. Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van het gestelde in artikel 7, eerste lid, van de ASV, enkel worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 december 2022 moeten worden ingediend. 3.. In afwijking van artikel 6, derde lid, van de ASV bevat de aanvraag in ieder geval: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd; een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichtte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden. een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s: Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek); Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd; Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R; Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel per regio; Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden; Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt. 4.. In afwijking van artikel 7, vierde lid van de ASV, legt de gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze regeling subsidie aanvraagt, aanvullend over: een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten; jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar; een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling); een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van: het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning; de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders. 5.. Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel