**1..** De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 en lid 6a van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 lid 4 en lid 6 b en c is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
**2..** De belasting in hoofdstuk 1. lid 2 en lid 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 van de tarieventabel verschuldigd, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
**5..** Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
**6..** De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
**7..** Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 die bij wege van aanslag wordt geheven, geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven.
**8..** Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023