Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Onderwerp van participatie

Onderdeel van Verordening ‘Meedenken en meedoen in Etten-Leur’

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2.. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3.. Participatie wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die te maken krijgen met het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit. 4.. Participatie wordt in beginsel niet toegepast: Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; Als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; Als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; Inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; Als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. 5.. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is participatie verplicht voor gevallen van activiteiten waarin de raad gebruik maakt van het adviesrecht (artikel 16.55, lid 7 Omgevingswet). 6.. Participatie wordt uitsluitend verleend aan inwoners, andere belanghebbenden en bedrijven of organisaties die een lokaal belang hebben. 7.. Deze verordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners en bedrijven die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel