Aan de aanwijzing van de locaties liggen diverse beleidskeuzen ten grondslag. Deze worden als volgt toegelicht.
Maximumstelsel
Er wordt voor gekozen om het aantal standplaatsvergunningen aan een maximum te binden. Dit maximum wordt bepaald door locaties aan te wijzen waarop een standplaats mag worden ingenomen. Een verdere limitering vindt plaats door vast te leggen op welke dagdelen de aangewezen standplaatsen mogen worden gebruikt. Aldus resulteert een maximumstelsel met aangewezen locaties en aangewezen tijdstippen.
Het voordeel van dit maximumstelsel is de eenvoud en helderheid: het biedt duidelijkheid aan zowel de aanvragers, de omwonenden als de andere belanghebbenden. Verder zijn de administratieve lasten beperkt, omdat – na de eenmalige vaststelling van de locaties en tijdstippen – volstaan kan worden met een beoordeling van de aanvraag op beschikbaarheid. Dit vanwege het feit dat het bereiken van het maximale aantal te verlenen standplaatsvergunningen een reden is om de vergunning te weigeren. Het betekent ook dat de besluitvorming over een aanvraag voor een standplaats aanzienlijk sneller kan plaatsvinden.
Aangewezen locaties
De 36 locaties waarop standplaats mag worden ingenomen zijn aangegeven op Overzicht Standplaatslocaties Steenwijkerland (A) en (B) in de bijlage. Verder is op dit overzicht aangegeven welke soort standplaats het betreft, zo nodig op welke dagen of dagdelen deze standplaats mag worden ingenomen en wat de grootte van de standplaats is. Naast dit overzicht is ook een locatielijst opgenomen in de bijlagen met per locatie een kadastrale kaart met locatie aanduiding en foto.
De overzichten betreffen alleen de jaar- en seizoenstandplaatsen. De tijdelijke, kortdurende en ideële standplaatsen zijn niet opgenomen. De reden hiervoor is dat – naast dat deze standplaatsen slechts voor beperkte tijd worden ingenomen – vanaf deze standplaatsen specifieke en diverse goederen en diensten worden aangeboden, waarvoor op voorhand moeilijk locaties zijn aan te wijzen die voor al deze goederen en diensten passend zijn. Het gevolg is wèl dat iedere aanvraag voor een tijdelijke of kortdurende standplaatsvergunning afzonderlijk aan de in de Apv opgesomde weigeringsgronden getoetst moet worden.
Vaste standplaatsen
De aangewezen locaties hebben alleen betrekking op de vaste standplaatsen, dat wil zeggen: de jaar-, seizoen- en tijdelijke standplaatsen. De kortdurende en ideële standplaatsen zijn niet in het overzicht opgenomen. De reden hiervoor is dat, naast het gegeven dat deze standplaatsen slechts beperkte tijd worden ingenomen, vanaf deze standplaatsen specifieke en diverse goederen en diensten worden aangeboden, waarvoor op voorhand moeilijk locaties zijn aan te wijzen die voor al deze goederen en diensten passend zijn. Het gevolg is wèl dat iedere aanvraag voor een kortdurende of ideële standplaatsvergunning afzonderlijk aan de in de Apv opgesomde weigeringsgronden getoetst moet worden.
Standplaatslocaties
Bij de aanwijzing van de locaties is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande situatie.
Enkele niet gebruikte locaties zijn afgevallen. Enkele nieuwe locaties, waarvan bekend is dat daar animo voor bestaat, zijn toegevoegd. In alle gevallen is opnieuw aan de weigeringsgronden getoetst.
Overgangsregeling
Het is niet nodig een overgangsregeling te treffen. De ingetrokken locaties waren niet in gebruik door standplaatshouders. Ook de nieuwe locaties zijn niet in gebruik.
Particuliere locaties
Als een standplaats wordt ingenomen op een aangewezen locatie die niet in eigendom is van de gemeente, is – naast de standplaatsvergunning – toestemming nodig van de eigenaar. Deze kan op grond van zijn eigendomsrecht eigen criteria hanteren voor het al dan niet toelaten van een ambulante handelaar op zijn terrein. Omdat op deze wijze het gemeentelijke standplaatsenbeleid doorkruist kan worden, is het niet wenselijk om locaties aan te wijzen op een terrein dat niet in gemeentelijke eigendom is. Met inwerkingtreding van dit beleid vervallen twee particuliere locaties. Beide locaties waren al enige tijd niet meer in gebruik als standplaats.
Overigens verbiedt artikel 5.19 van de Apv aan de rechthebbende op een terrein om toe te laten dat een standplaats wordt ingenomen zonder dat hiervoor een vergunning van het college is verstrekt. Met dit verbod is het mogelijk om ook de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat te vervolgen.
Dagdelen
Op grond van artikel 2, tweede lid, van de Winkeltijdenwet valt ook de ambulante handel onder de reikwijdte van deze wet. Het gevolg hiervan is dat een standplaats van maandag tot en met zaterdag mag worden ingenomen van 06.00 tot 22.00 uur. De gemeente heeft volgens de Winkeltijdenwet niet de vrijheid deze openingstijd te beperken. Om deze reden wordt in het gemeentelijke standplaatsenbeleid als een dagdeel de tijd tussen 06.00 tot 13.00 uur en 13.00 tot 22.00 uur aangemerkt. Wanneer een standplaats op beide dagdelen door twee verschillende standplaatshouders wordt ingenomen, dan verschuift het begintijdstip van het tweede dagdeel naar 14.00 uur. Dit in verband met de tijd die de ontruiming en opbouw van een standplaats vereist.
De Winkeltijdenwet bepaalt in artikel 2, eerste lid, dat een standplaats niet op een zondag of (bepaalde) feestdagen mag worden ingenomen, met uitzondering van maximaal twaalf door de college aangewezen zogenaamde koopzondagen of -feestdagen. Dit verbod geldt op grond van artikel 12 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken. Gelet op de producten die op een seizoensstandplaats mogen worden verkocht, betekent dit dat seizoensstandplaatsen ook op zon- en feestdagen mogen worden ingenomen. Overigens kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 8 van de Winkeltijdenverordening wel bepalen dat de vrijstelling van artikel 12 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet niet geldt voor de gehele gemeente of voor een deel hiervan.
Omvang standplaats
Om aan de behoefte aan grotere standplaatsen tegemoet te komen, wordt de oppervlakte van de totale standplaats op maximaal 32 m2 gesteld. In het overzicht zijn per locatie de maximale afmetingen aangegeven. Hierbij geldt dat niet alleen de verkoopinrichting als zodanig (de verkoopwagen, kraam e.d.), maar ook de overkapping, de uitstallingen en de voor opslag benodigde ruimte in de berekening van de in te nemen oppervlakte meetellen. Bepalend is dus het daadwerkelijke ruimtelijke beslag.
Strijd met het bestemmingsplan
De aan te wijzen locaties zijn (globaal) getoetst aan de bestemmingsplannen. Uit deze toetsing blijkt dat een aantal locaties niet in overeenstemming is met de (gebruiksbepalingen van) het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Voorzover nodig zullen de locaties na de definitieve vaststelling hiervan via een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan of een ontheffingsprocedure met het bestemmingsplan in overeenstemming worden gebracht.
Verkeersbesluiten
Voor het innemen van een standplaats is geen verkeersbesluit nodig.
Geurgevoelige en niet-geurgevoelige standplaatsen
Op standplaatsen kunnen de bepalingen van het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Als er sprake is van en vis- of patatkraam waarmee de standplaats wordt ingenomen, mag die standplaats niet gelegen zijn bij gevoelige gebouwen. Dit zijn onder andere woningen, scholen en ziekenhuizen. Het Activiteitenbesluit bepaalt dat geuroverlast bij gevoelige objecten voorkomen moet worden. De aan te wijzen locaties zijn getoetst aan dit criterium.
Hygiëne
Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet zijn de bepalingen van deze wet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels ten aanzien van de hygiëne en degelijkheid van producten. Voor wat betreft het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing.
De Voedsel en Waren Autoriteit is de aangewezen toezichthouder op naleving van de bepalingen van de Warenwet.