Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Verruiming collectieve en maatwerk-regelingen

Onderdeel van Beleidsplan armoedebestrijding 2016

Er is een aantal voorzieningen waarbij de indicatie een beperkte rol speelt en er meer sprake is van een standaard arrangement dan individueel maatwerk. We noemen dat de collectieve regelingen. Echter blijft er wel altijd sprake van een het maatwerkprincipe. Wanneer er sprake is van een duidelijke individuele toetsing die wat omvangrijker (specifieker) is, noemen we dat een maatwerkvoorziening. Binnen het vangnet zijn een aantal verruimingen toegepast: Het participatiefonds wordt verhoogd van C 80,- naar C 100,- (was vanaf 2007 niet meer geïndexeerd). Zie schema op de volgende pagina. De collectieve aanvullende zorgverzekering is verruimd naar de doelgroep tot 120% van de bijstandsnorm. Tevens is de bijdrage die de gemeente geeft in de premie verhoogd naar C 20,- per maand. Zie schema op de volgende pagina. De doelgroep voor de individuele inkomenstoeslag wordt verruimd van 105% naar 110% (3 jaar) van de bijstandsnorm. Zie schema op de volgende pagina. Bijdrage / inhoud Wanneer voor in aanmerking Opmerkingen Schulphulpverlening Individuele ondersteuning dmv maatwerk door schuldhulpverlener (geen financiële bijdrage) Inwoners met problematische schulden Uitvoering door PLANgroep (inhuur), zij beoordelen en nemen aanvragen in behandeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen 100% van de bijstandsnorm Uitvoering in handen van BSGW Limburg Bijzondere bestaanskosten incid. + period. (o.a.: bijzondere bestaanskosten zelfstandigen, kosten inrichting, rechtsbijstand, medisch, tandartskosten, kosten bewindvoering, vervoerskosten, maaltijdvoorziening,...) Kosten variëren, al naar gelang de aanvraag. 110% van de bijstandsnorm (afhankelijk van de aanvraag van welke kosten, enkele uitzonderingen zijn vastgesteld op 100% (uitgewerkt in de bijlage Bedoeld voor bijzondere kosten van bestaan. Individueel maatwerk beoordeling Participatiefonds volwassenen * € 100 (eenmalig per persoon per jaar) 110% van de bijstandsnorm Bedoeld voor contributie van een vereniging, clubs,etc. Individuele inkomenstoeslag * € 378 per jaar voor een alleenstaande € 484 per jaar voor een alleenstaande ouder € 529 per jaar voor gehuwden Personen die minimaal 3 jaar aangewezen zijn op inkomen tot 110% van de bijstandsnorm Opvolger van de langdurigsheidstoeslag, regeling wordt verruimd van 105% naar 110% Individuele studietoeslag Individuele beoordeling Personen van 18 jaar of ouder die naast hun studie om medische redenen niet voldoende inkomsten kunnen verdienen Collectieve aanvullende zorgverzekering * Alle aanvullende pakketten via de gemeente, een bijdrage van € 20 per maand 120% van de bijstandsnorm (hierbij is de vermogenstoets niet van toepassing De norm is opgehoogd van 110% naar 120% van de bijstandsnorm, tevens is de gemeentelijke bijdrage verhoogd van € 10 naar € 20 per maand *regeling is verruimd Voor specifieke inhoudelijke uitleg en uitwerking van bovenstaande regelingen wordt verwezen naar de bijlage (hoofdstuk 2.2). Tevens is daarin een specificatie uitgewerkt van de kostenposten binnen de bijzondere bestaanskosten incidenteel en periodiek. Hieruit is te herleiden dat met name de kosten voor bewindvoering en schuldhulpverlening relatief hoog zijn. Van daaruit is het actiepunt 'pilot budgetbeheer jongeren' opgenomen als belangrijk onderdeel de komende 2 jaar. Bij de beoordeling van de regelingen (zoals bijzondere bijstand) zal naast de inkomenstoets ook een vermogenstoets plaatsvinden. Er moet immers worden vastgesteld of de betreffende kosten en vergoeding noodzakelijk zijn. Bij het vaststellen van de draagkracht hanteren we de draagkrachtregeling zoals in de bijlage staat omschreven: Één van de kostenposten uit de bijzondere bijstand is de kosten voor inrichting voor statushouders. De gemeente is verplicht om hen financiële ondersteuning te bieden bij de inrichting van een woning zodat deze bewoonbaar is. Het gaat daarbij om kosten voor een bed, stoelen, tafels, kasten, keukengerei, etc. De gemeente verstrekt deze mensen een lening en ontvangt een deel van die lening terug door middel van een maandelijkse vordering op de uitkering, binnen de toegestane marge. Als er 3 jaar om zijn, staat er vaak nog een restbedrag van de lening open die niet is gevorderd, wat doorgaans wordt kwijtgescholden. De gemeente werkt een plan uit om te onderzoeken of het mogelijk is beleidsregels vast te stellen om de inrichting van woningen te laten verlopen via een samenwerkingsverband met De goederenbank. Zij kunnen tegen geringe kosten de woningen inrichten, waardoor de statushouders minder hoge leningen hoeven af te sluiten en de gemeente hierop tevens mogelijk financiële middelen zou kunnen besparen (kwijtschelding wellicht niet meer van toepassing vanwege lagere leningen).

Rechtspraak bij dit artikel