De wettelijke basis voor de rioolheffing is opgenomen in artikel 228a van de Gemeentewet.
De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke zorgplichten. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:
De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen:
het inzamelen en transporteren van afvalwater;
het verwerken van hemelwater;
het ingrijpen in de grondwaterstand.
De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven.
De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel).
De kaders van de begrotingsregels liggen vast in:
Gemeentewet
Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Notitie riolering commissie BBV
Jurisprudentie (i.o.)
In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Artikel 228a Gemeentewet:
Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds.
Begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en verantwoording (BBV)
Onderwerp
Afschrijvingslasten uitbreidingsinvesteringen
Dit betreft investeringen die leiden tot een toename van het aantal aangesloten percelen.
BBV: Investeringen met economisch nut, dus activeren en afschrijven.
Eerste aanleg wordt in gemeente Meppel bekostigd uit de rioolheffing en dus niet bekostigd uit de grondprijs via grondexploitatie.
Afschrijvingslasten vervangingsinvesteringen (ook sparen of ideaalcomplex is mogelijk)
Voor vervangingsinvesteringen zijn er 3 mogelijkheden.
Hoofdregel BBV is: activeren en afschrijven, zoals bij uitbreidingsinvesteringen.
Sparen via voorziening.
Ideaalcomplex: Bedrag voor vervanging in rioolheffing is gelijk aan (jaarlijkse) omvang vervangingsinvestering.
Bij vervangingspieken kan het tarief meestijgen of kan een combinatie worden gemaakt optie a, b en c.
Rentelasten investeringen
Veel gemeenten werken met renteomslag percentage: rente x activa riolering.
Gemeenteraad kan besluiten tot rentetoerekening over reserves en voorzieningen.
BBV – Rente: Rentetoerekening aan taakvelden is verplicht (Notitie Rente BBV).
Groot onderhoud of toevoeging voorziening onderhoud
Het onderscheid van groot onderhoud ten opzichte van vervanging is dat vervanging levensduur-verlengend is.
Klein onderhoud, toerekeningen, administratieve lasten etc.
De kosten van de overhead mogen wel mee worden genomen in de kostprijsberekening voor het tarief.
Het belang van een toelichting op de kostendekkendheid in de paragraaf lokale heffingen is toegenomen. Veel rechtszaken gaan over toerekeningen, dat vraagt om een goede onderbouwing (vooraf) van alle toerekeningen aan de rioolheffing. Een actuele kostendekkingsberekening die aansluit bij het GRP en bij de verordening.
BTW
Gemeente mag bij berekening hoogte rioolkosten ook geraamde btw meenemen.
Btw-Component in heffing naar concern of komt in een reserve riolering.
Overschot op rekeningbasis
Een overschot op rekeningbasis kan in principe vrijvallen in algemene middelen. Maar er is veel voor te zeggen: “Geld opgehaald bij de burger voor het riool blijft in het riool”.
Ook hier bepaalt de raad wat er gebeurt, veelal via de financiële verordening.
Voorziening riolering
Reserves zijn gereserveerde bedragen waar geen verplichtingen tegenover staan.
Voorzieningen zijn gereserveerde bedragen waar wel verplichtingen tegenover staan.
Er zijn 3 typen voorzieningen voor riolering:
Groot onderhoud.
Vervangingsinvesteringen.
Niet uitgevoerd werk (besparing kapitaallasten).
In de ideale situatie zijn bovengenoemde voorziening en een (bestemmings)reserve aanwezig
Egaliseren lasten en tarieven
Schommelingen in het tarief kunnen worden voorkomen door gebruik te maken van de voorzieningen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
– Wettelijk kader voor de rioolheffing.
Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028