Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.2

Het stedelijk Wmo-loket werkt aan de hand van de volgende methodiek en procedure:

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2023

Uitgangspunt is dat met de cliënt die op zoek is naar ondersteuning altijd een gesprek wordt gevoerd. Als het om een vraag gaat over beperkingen op het gebied van wonen of lokaal of regionaal verplaatsen kan het gesprek plaatsvinden via het stedelijk Wmo-loket. Als tijdens het gesprek blijkt dat er ook vragen zijn op meerdere levensdomeinen, brengt het stedelijk loket de betreffende persoon in contact met het buurtteam. Als het gaat om een vraag over hulp bij huishouden dan wordt het gesprek gevoerd met een medewerker van het buurtteam. Informatieve vragen worden afgehandeld door de medewerkers informatie en advies. De uitkomst van het gesprek met de cliënt wordt beschreven in een verslag. Indien aanwezig wordt het programma van eisen (o.a. bij een hulpmiddel en een woningaanpassing) meegewogen in het besluit. Indien nodig kan specialistisch (medisch) advies aangevraagd worden. Dit advies wordt altijd betrokken bij het te nemen besluit. Verwijzing vindt plaats naar een gecontracteerde aanbieder. Bij hulp bij het huishouden betreft dit de gecontracteerde aanbieder in het betreffende gebied. De cliënt kan, behoudens aanvragen inzake woningaanpassingen en hulp bij het huishouden, aangeven naar welke aanbieder de voorkeur uitgaat indien meerdere aanbieders gecontracteerd zijn. Als de cliënt aangeeft het niet eens te zijn met de keuze van het college voor een aanbieder voor een woningaanpassing zal het college in samenspraak met de cliënt een aanbieder kiezen. Indien er sprake is van een pgb kiest de cliënt zelf de aanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel