**1..** Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente, een en ander met inbegrip van het gemeentelijk grondwater en oppervlaktewater.
Het gaat hierbij om alle voorzieningen die worden getroffen teneinde te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s) én het gemeentelijk grondwater en oppervlaktewater;
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;
ingenomen water: ondermeer het via het leidingnet naar het eigendom toegevoerde (leiding-) water en het opgepompte (grond-)water;
eigendom: een roerende of een onroerende zaak.
**2..** Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
**3..** Als roerende zaak wordt aangemerkt:
een object, niet zijnde een onroerende zaak, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering;
een gedeelte van een onder a bedoeld object dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde objecten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel a bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel b bedoelde gedeelte daarvan of een in onderdeel c bedoeld samenstel.