Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023

1.. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. 2.. Indien de belastingplicht voor de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter a, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat geen aanspraak op restitutie. 3.. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter b, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 4.. Indien de belastingplicht voor de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Indien de belastingplicht voor de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel