Naar hoofdinhoud
1. Het gebruik van collectief vervoer heeft het primaat als het de cliënt naar het oordeel van het college voldoende in staat stelt tot participatie. 2. Indien gebruik wordt gemaakt van de vervoerspas kan tot maximaal 3.000 kilometer per jaar worden gereisd. 3. Een vervoersvoorziening wordt geweigerd indien de cliënt: a. in bezit is van een auto die hij gebruikt, en b. bij het gebruik van de auto geen problemen ondervindt, en c. de auto voorziet in de lokale vervoersbehoefte. 4. Een vervoersvoorziening wordt stopgezet indien de cliënt geen gebruik heeft gemaakt van de voorziening voor de duur van 1 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel