1. Het pgb wordt beheerd door de SVB. De budgethouder dient zich te houden aan de regels die de SVB stelt.
2. Uit het pgb voor diensten mag betaald worden:
a. uurloon van de hulpverlener;
b. reiskosten van de hulpverlener op basis van woon-werkverkeer (max. € 0,19 per km1, met een maximum van twee maal 25 km enkele reis per werkdag);
c. vervanging hulpverlener bij ziekte/vakantie van hulpverlener;
d. een feestdagenuitkering van maximaal € 250,- op jaarbasis.
3. Uit het pgb voor diensten mag, behoudens het bepaalde in het tweede lid onder d, niet betaald worden:
a. eigen bijdrage;
b. loon aan mensen voor het geven van gebruikelijke zorg;
c. uurloon zorgverlener die gemaakt zijn voor/na de indicatieperiode;
d. bemiddelingskosten;
e. kosten voor belangbehartigers of tussenpersonen;
f. administratiekosten zoals kosten voor acceptgiro’s.
1 Belastingvrije bedrag, kan worden bijgesteld.
4. Het college stelt vast of de budgethouder het pgb voor diensten aan de onder het tweede lid genoemde heeft besteed en vordert het niet daaraan besteedde budget geheel of gedeeltelijk terug.
5. Verantwoording van besteding van het pgb loopt via de SVB. Verantwoording over de kwaliteit en doelmatigheid van de ingekochte diensten en voorzieningen vindt plaats in gesprek met het college. Dit kan plaats vinden tijdens een herindicatie, volgens vooraf gemaakte afspraken of steekproefsgewijs.
6. Bij overlijden van de budgethouder wordt de uitbetaling van het pgb voor diensten per direct beëindigd. Bij afwezigheid van inwonende erfgenamen wordt het reeds uitbetaalde pgb voor de maand van overlijden niet teruggevorderd en wordt geen verantwoordingsformulier opgevraagd.
Hoofdstuk 2
Artikel 9.
Verantwoording pgb voor diensten
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning 2022 gemeente West Maas en Waal