Het college kan op basis van deze beleidsregel aan de eigenaar van een woning of een pand of een huurder van een woning of een pand ter tegemoetkoming in de kosten van de in artikel 1.3 genoemde voorzieningen subsidie verlenen, ondermeer met de volgende voorwaarden en verplichtingen:
Er wordt voor bestaande woningen, bijgebouwen of panden alleen voor een groendak voorziening op platte daken met een beton- of houtconstructie een bijdrage verstrekt. Voor nieuwbouwwoningen of -panden of nieuwe bijgebouwen kan ook een bijdrage verstrekt worden in de meerkosten voor een groendak voorziening ten opzichte van de aanleg van een gangbaar waterkerend dak; de subsidie geldt bij nieuwbouwwoningen en –panden en nieuwe bijgebouwen ook voor hellende daken, mits dit akkoord is bevonden bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning.
De oppervlakte van een groendak voorziening bedraagt minimaal 10 m2 voor een woning of bijgebouw en minimaal 50m2 voor een pand;
Bijgebouwen met een oppervlak kleiner dan 10m² kunnen in aanmerking komen voor een groendak subsidie mits ze gebundeld door één aanvrager, namens meerdere eigenaren of huurders worden ingediend. Deze aanvrager is penvoerder en zorgt voor de afwikkeling en verantwoording namens de andere eigenaren of huurders.
Bij de aanleg van een groendak voorziening wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater in voldoende mate gediend, door een minimale wateropslag van 25 l/m2 bij een extensief groendak en bij een intensief groendak minimaal 50 l/m2;
Bij de aanleg van een groendak op een woning, bijgebouw of een pand of een verticale tuin aan een woning, bijgebouw of pand raadt de gemeente aan een draagkrachtbeoordeling van het bestaand dak of gevel uit te laten voeren door een bouwkundig adviesbureau (waarbij de regels van het Bouwbesluit in acht moeten worden genomen). Als blijkt dat de constructie aangepast moet worden, moet hiervoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd en verleend worden. In dat geval wordt de subsidie enkel verleend als de omgevingsvergunning wordt verleend;
Er wordt alleen voor een geveltuin, groengevel of verticale tuin bij een woning of pand een bijdrage verstrekt, mits die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte (zie artikel 1.2 lid h en lid n);
De oppervlakte van een groengevel of verticale tuin voorziening bedraagt minimaal 5 m2 voor een woning en minimaal 10m2 voor een pand;
Een groendak, geveltuin, groengevel of verticale tuin moet minstens 5 jaar in goede staat blijven; de verstrekte subsidie kan gedeeltelijk of geheel worden teruggevorderd indien dit niet gebeurt;
Ontwerp, aanleg en onderhoud van een groendak, geveltuin, groengevel of verticale tuin moeten deugdelijk en zorgvuldig worden uitgevoerd conform de in artikel 1.2 genoemde producteisen (lid d t/m h en lid n). Bij een groengevel of verticale tuin mag de begroeiing nooit overlast geven aan een aanpalend pand;
Uitvoering van de werkzaamheden, het treffen van de voorzieningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voordat op de aanvraag is beslist door het college, gebeurt op eigen risico van afwijzing van de aanvraag;
Binnen zes maanden na datum van de subsidieverlening wordt met het treffen van de voorzieningen een aanvang gemaakt. Binnen 1 jaar na datum van subsidieverlening moeten de werkzaamheden zijn afgerond.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Voorwaarden en verplichtingen bij de subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieregeling Groendaken en gevels Nijmegen 2023-2028