Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Hemelwaterverordening Etten-Leur

bebouwd oppervlak: het oppervlak dat een gebouw inneemt; bestaand bebouwd oppervlak: bebouwd oppervlak dat voor de inwerkingtreding van deze verordening aanwezig was; bestaand verhard oppervlak: verharding die aanwezig was voor de inwerkingtreding van deze verordening; bouwwerk: zoals bedoeld in bijlage A van de Omgevingswet’; centraal besturingssysteem: een systeem dat op basis van actuele neerslagvoorspellingen, de vulling van de hemelwaterberging en de condities van het stedelijk watersysteem, de lediging van de hemelwaterberging regelt; gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; groen dak: een doelbewust hoofdzakelijk met planten begroeid dak met een minimale waterberging van 30 liter per m²; grondwater: water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat; hergebruiksysteem: een systeem waarmee het opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor andere dan drinkwater toepassingen; perceel: het perceel (of de percelen die blijkens hun feitelijke inrichting of functie bestemd zijn om te worden gebruikt als een perceel) waarop het hemelwater valt of het grondwater onder door stroomt; perceeleigenaar: de rechthebbende van een perceel; verhard oppervlak: oppervlak dat (1) geen bebouwd oppervlak is, (2) niet tijdelijk van aard is, (3) bedekt is met materiaal waardoor het op het perceel aanwezige hemelwater niet onmiddellijk de bodem in kan verdwijnen en (4) wordt aangelegd na de inwerkingtreding van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel