Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › § 4.2

Artikel 4.5.2

Aanspraak op specialistische hulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2023

Bij de beoordeling of aanspraak bestaat op specialistische hulp wordt gekeken naar: Is de inwoner ingezetene van de gemeente? (zie § 3.1.1) Behoort de inwoner tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet) Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk? (zie § 3.1.2) Is sprake van gebruikelijke hulp? (zie § 3.1.3 en 4.5.2.1) Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.4) Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.5) Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.6) Daarnaast moet worden beoordeeld of de inwoner voldoet aan de geldende criteria. 4.5.2.1 Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er meerderjarige huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de specialistische hulp te bieden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. Kortdurende situaties Alle begeleiding van de inwoner door huisgenoten is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende situatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de inwoner, dat Wmo-ondersteuning daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen inwoner gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door huisgenoten onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van individuele begeleiding aan een inwoner: Het begeleiden van de inwoner bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, bezoeken zwembad enzovoort. Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een huishouden horen, zoals het doen van de administratie of bieden van dagstructuur. Dit kan worden overgenomen door een huisgenoot van de inwoner wanneer die taak voorheen altijd door de inwoner werd uitgevoerd. Wanneer kan een uitzondering worden gemaakt voor gebruikelijke hulp: In bepaalde situaties is gebruikelijke hulp niet van toepassing of dient er soepeler mee omgegaan te worden. Die situaties zijn: Voor zover de huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp ten behoeve van de inwoner uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren wordt van hen geen bijdrage verwacht. Voor zover een huisgenoot overbelast is of dreigt te raken wordt van hem of haar geen gebruikelijke hulp verwacht totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende: Wanneer voor de volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden of andere oplossingen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van ondersteuning, dient men die overbelasting op te heffen door deze ondersteuning door een ander, zoals een aanbieder, uit te laten voeren. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel