Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Welk inkomen telt mee?

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en draagkracht Gemeente Hulst 2023

Om te bepalen of de inwoner recht heeft op bijzondere bijstand, berekent de gemeente hoe hoog het inkomen van de inwoner is. De inwoner maakt aanspraak op bijzondere bijstand als het inkomen (inclusief vakantiegeld) maximaal 120% is van de bijstandsnorm die geldt voor de inwoner. We noemen dat de inkomensgrens. Is het inkomen niet hoger dan deze inkomensgrens, dan hoeft de inwoner uit zijn inkomen niets bij te dragen aan de kosten. Ligt het inkomen boven de inkomensgrens, dan is het mogelijk dat de inwoner moet bijdragen aan de kosten. De inwoner heeft dan namelijk draagkracht. De inkomensgrens van 120% van de betreffende bijstandsnorm geldt niet voor bijzondere bijstand aan 18 t/m 20 jarigen als aanvulling op hun uitkering (artikel 3.1) en woonkosten (artikel 3.3). In die situaties geldt een inkomensgrens van 100% van de bijstandsnorm. De inwoner komt dan in aanmerking voor bijzondere bijstand. Bij het bepalen van de inkomensgrens houdt de gemeente rekening met eventuele medebewoners op het adres van de inwoner (kostendelers). De gemeente houdt rekening met de vraag of de inwoner een woonruimte heeft waaraan geen of lage kosten verbonden zijn. Voor het bepalen van de draagkracht sluit de gemeente aan bij de wet. Inkomsten tellen mee als de inwoner daarover beschikt of kan beschikken. De draagkracht wordt afwijkend berekend in de onderstaande situaties: Er is een schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) uitgesproken of er is een minnelijke schuldregeling met de inwoner afgesproken. De gemeente kijkt naar het Vrij te laten bedrag. Er ligt beslag op het inkomen van de inwoner. De gemeente kijkt naar het inkomen dat overblijft na beslaglegging. De inwoner betaalt een eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg. De gemeente kijkt naar het inkomen dat overblijft na het betalen van deze bijdrage. De inwoner betaalt de bestuursrechtelijke premie (bronheffing) voor de zorgverzekering. De gemeente kijkt naar het inkomen dat overblijft na het betalen van dit bedrag. Inkomsten die de wet (art. 31 lid 2) vrijlaat bij algemene bijstand, laten we ook vrij bij bijzondere bijstand. Dat betekent dat die inkomsten niet meetellen bij het bepalen van de draagkracht. Ook de volgende middelen tellen niet mee als inkomen: de individuele inkomenstoeslag en de jonggehandicaptenkorting voor personen tot 27 jaar. Vrijgelaten inkomsten blijven buiten beschouwing, behalve als het gaat om: huurtoeslag en de inwoner vraagt bijstand aan voor woonkosten; belastingteruggave wegens bepaalde kosten en voor die kosten ook bijstand wordt gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel