Bij criminele uitbuiting worden mensen doel bewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie gedwongen tot het verrichten van arbeid of diensten die strafbaar zijn gesteld. Denk aan het moeten zakkenrollen, het plegen van diefstal, drugs smokkelen en het knippen van hennep. Jongeren zijn vanwege hun kwetsbare positie en netwerk vaak slachtoffer. Zij worden bijvoorbeeld ingezet om drugs te verkopen op school, voor het vervoeren van een pakketje of als ‘geldezel’. Een geldezel is iemand die zijn of haar bankpas en pincode uitleent aan criminelen die vervolgens hun bankrekening gebruiken om gestolen geld weg te sluizen. Maar criminele uitbuiting komt niet alleen voor onder jongeren. Ook ouderen of cliënten van een zorginstelling zijn vaak slachtoffer. Mensen met een zorgindicatie worden gerekruteerd en aangezet tot criminele activiteiten, zoals bijvoorbeeld het onderhouden van hennepplantages. Soms is van begin af aan sprake van uitbuiting waarbij niets wordt betaald aan de slachtoffers, maar in andere situaties werken personen aanvankelijk vrijwillig mee waarna ze vervolgens op uiteenlopende manieren zoals geweld, afhankelijkheid of gecreëerde schuld, onder druk worden gezet door te gaan (Landelijk ondermijningsbeeld).
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Criminele uitbuiting
Onderdeel van Beleid Aanpak Mensenhandel Gemeenten Zuid-Limburg