In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder:
archiefbescheiden: de archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1 onder c van de wet;
archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 31 van de wet aangewezen archiefbewaarplaats, waaronder begrepen het e-Depot;
archiefruimte: een overeenkomstig artikel 1 onder e van de wet aangewezen archiefruimte;
archivaris: de overeenkomstig artikel 32 van de wet aangewezen gemeentearchivaris;
beheerder: degene die is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. Dit is de gemeentesecretaris; deze kan dit verder in de organisatie mandateren;
beheereenheid: een door burgemeester en wethouders als zodanig aan te wijzen organisatieonderdeel;
gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b 1°, van de wet, voorzover behorende tot de gemeente;
informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures, apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, opgemaakt, bewerkt, verzonden, ontvangen en/of geraadpleegd;
kwaliteitssysteem: een kwaliteitssysteem in algemene zin omvat het geheel van mensen, middelen, procedures, en het handelen daarnaar. Het continu en systematisch meten, verbeteren en vernieuwen van processen en producten, en dus van plannen, uitvoeren, controleren en bijsturen, is hier gericht op het handhaven en verbeteren van de kwaliteit van de gemeentelijke informatiehuishouding en de archieffunctie, en hun inrichting;
de wet: de Archiefwet 1995.