In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van de aanslag.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende telkens één maand later.
Ten aanzien van het tweede lid is het “Incassoreglement 2021” van toepassing, zoals door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld of zoals deze laatstelijk is gewijzigd.
In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, bij een aanslag ten behoeve van een zogenaamde tussentijdse afrekening in verband met beëindiging van de belastingplicht een betalingstermijn van één maand. De termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, welke door middel van een gedagtekende kennisgeving wordt geheven, moet worden betaald op het tijdstip van de uitreiking.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2023