Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.12.

Vermogen co-ouder

Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Westerwolde 2023

Co-ouderschap is geen wettelijk gedefinieerde leefvorm, het geeft echter wel een feitelijke situatie weer. Met die feitelijke situatie kan, op verzoek van de belanghebbende, rekening worden gehouden met de vermogensvaststelling. Er is sprake van co-ouderschap wanneer ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, afspreken dat ze hun kinderen gezamenlijk (blijven) verzorgden en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap wanneer zowel de moeder, als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind, of de kinderen hebben. Het kind, of de kinderen, verblijven regelmatig en met een vast patroon bij elk van de ouders. Er moet sprake zijn van een verblijf van minstens gemiddeld twee dagen per week. Bij co-ouderschap is de feitelijke situatie van het verblijf en de feitelijke verzorging doorslaggevend. Het maakt hierbij niet uit welke ouder de kinderbijslag ontvangt. Van co-ouderschap kan alleen sprake zijn wanneer beide ouders dit wensen en zij hun wens aan het college kenbaar maken. Wanneer de belanghebbende bij de aanvraag van een bijstandsuitkering wenst dat de bijstand wordt afgestemd op co-ouderschap dan dient er dus te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: De bijstandsgerechtigde heeft hiertoe een verzoek ingediend; De bijstandsgerechtigde kan middels een gerechtelijke uitspraak, of in ieder geval een door beide ouders ondertekende verklaring (ouderschapsplan) waarin de afspraken over de verdeling van de zorg van de kinderen is vastgelegd, inclusief de wijze waarop hieraan uitvoering zal worden gegeven, aantonen dat er sprake is van co-ouderschap. Er moet sprake zijn van feitelijk co-ouderschap, waarbij een bijstandsgerechtigde gemiddeld minimaal 2/7 van de tijd de kinderen moet verzorgen. Indien dit meer is dan 5/7, dan is de bijstandsgerechtigde aan te merken als een alleenstaande ouder. Geen co-ouderschap Er is geen sprake van co-ouderschap als het kind, of de kinderen, incidenteel, of voor een korte periode bij de andere ouder verblijven (bijvoorbeeld voor vakantie). Wanneer de verdeling van het ouderschap zodanig is, dat deze niet afwijkt van een gebruikelijke omgangsregeling, dan is er geen sprake van co-ouderschap. Wanneer het kind, of de kinderen, minder dan twee dagen per week bij één van de ouders verblijven, dat wordt ook dit niet beschouwd als co-ouderschap maar als een verblijf in het kader van een reguliere omgangsregeling. Vermogensvaststelling Wanneer naar het oordeel van het college sprake is van co-ouderschap, dan wordt de vermogensgrens voor een alleenstaande vermeerderd met een bepaald bedrag. Dit bedrag bestaat uit het aantal dagen in de week dat de co-ouder voor de kinderen zorgt, gedeeld door zeven, maal het verschil tussen de vermogensgrens voor een alleenstaande ouder en die van een alleenstaande. Dit geldt enkel voor de vermogensgrens! Het daadwerkelijke vermogen telt volledig mee en wordt afgezet tegen deze grens. Tot het daadwerkelijke vermogen behoort ook het saldo op de rekening van minderjarige kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel