**1..** Aflossing van de geldlening vindt in beginsel plaats gedurende tien jaar.
**2..** De aflossing in maandelijkse termijnen vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening (of de inkomensvoorziening)
**3..** De maandelijkse aflossingsverplichting wordt telkens voor een periode van twee jaar vastgesteld.
**4..** Over het inkomen dat de relevante norm niet te boven gaat wordt geen aflossing gevergd.
**5..** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt het college, zo nodig tussentijds, aflossingsverplichting lager, dan wel hoger vast.
**6..** Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen.
**7..** Indien belanghebbende schuldig nalatig is in het voldoen van de aflossingsverplichting, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4.
Aflossing
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Westerwolde 2023