Wanneer het college instemt met het verrichten van marginale zelfstandige werkzaamheden, dan hanteert wij de volgende voorwaarden:
Belanghebbende besteedt niet meer dan 23,5 uur per week aan de werkzaamheden. (Bij meer dan 23,5 uur valt belanghebbende onder de doelgroep van het Bbz 2004.)
Belanghebbende hanteert marktconforme prijzen zodat er geen sprake is van concurrentievervalsing.
Belanghebbende houdt een urenregistratie bij evenals een boekhouding waaruit de inkomsten, verwervingskosten en eventueel betaalde btw blijken. De inkomsten en verwervingskosten moeten geverifieerd kunnen worden aan de hand van bankafschriften en facturen. De eventueel betaalde btw moet blijken uit de btw-aangifte bij de Belastingdienst.
Belanghebbende heeft niet de intentie om bijstandsonafhankelijk te worden met de werkzaamheden.
Belanghebbende kan per direct stoppen met de werkzaamheden.
Belanghebbende staat positief tegenover inschakelen van werk in loondienst.
De werkzaamheden mogen het aanvaarden van betaald werk op geen enkele manier in de weg staan.
De inkomsten worden bruto (minus afgedragen btw) verrekend met de uitkering. Eventuele verwervingskosten kunnen worden ingediend bij de gemeente. Bij akkoord worden deze betaalbaar gesteld uit het participatiebudget.
Toelichting voorwaarden:
Wanneer een belanghebbende meer dan 23,5 uur per week (1225 uur per jaar) besteedt aan zelfstandige werkzaamheden (dit is inclusief administratie, acquisitie etc.), wordt hij fiscaal gezien als ondernemer. Hij komt dan bijvoorbeeld in aanmerking voor de startersaftrek van de Belastingdienst.
Marginale zelfstandigheid en zelfstandigheid kunnen nooit samen gaan. Let op: inschrijving in de KvK zegt niets over zelfstandigheid of het recht op bijstand!
Bij zelfstandige werkzaamheden van meer dan 23,5 uur per week, valt belanghebbende onder de doelgroep van het Bbz 2004 en niet meer onder de Pw (CRvB, LJN: BB4026).
Ook het Bbz 2004 en Pw gaan nooit samen. Gevestigde en beginnende zelfstandigen die ondersteund worden via het Bbz 2004 en Pw’ers in het voorbereidingsjaar zijn dus nooit marginale zelfstandigen.
Het kan voorkomen dat een belanghebbende meer dan 23,5 uur per week besteedt aan zijn werkzaamheden, maar niet in aanmerking komt voor het Bbz 2004 omdat de werkzaamheden niet levensvatbaar worden geacht.1Onder levensvatbaarheid verstaat het Bbz 2004: de zelfstandige werkzaamheden waaruit de zelfstandige naar verwachting na bijstandsverlening een inkomen zal verwerven dat, samen met het overige inkomen, toereikend is voor de voortzetting van de werkzaamheden en voor de voorziening in het bestaan. Al belanghebbende wil doorgaan met zijn werkzaamheden als marginale zelfstandige dan zal hij zijn werkzaamheden dus in omvang moeten terugbrengen tot minder dan 23,5 uur per week. Belanghebbende bij toestemming voor marginale zelfstandigheid de verplichting opleggen dat hij aanzienlijk minder dan 23,5 aan zijn werkzaamheden mag besteden vindt geen grond in de Pw (Rb Arnhem, LJN BC2719). Een veiligheidsmarge inbouwen en bijvoorbeeld een maximum van 20 uur stellen vindt de CRvB niet onredelijk (CRvB, LJN: BX8446). Ongeacht het aantal besteden uren, moet belanghebbende allen tijde voldoen aan zijn verplichtingen volgens artikel 9 Participatiewet.
Belanghebbende dient marktconforme prijzen te hanteren zodat er geen sprake is van concurrentievervalsing. Of er sprake is van marktconforme prijzen is lastig te bepalen. Internetonderzoek kan hierbij behulpzaam zijn. Laat belanghebbende zelf van te voren zijn tarieven opmaken en aangeven waarop hij dit baseert.
Voorkomen moet worden dat er werkzaamheden worden verricht waaruit oncontroleerbare inkomsten voorvloeien. Daarom moet er een (bescheiden) boekhouding worden bijgehouden waaruit de inkomsten blijken die geverifieerd kunnen worden aan de hand van bankafschriften en facturen. Net als de Belastingdienst bij kleine ondernemers stelt de gemeente geen hoge eisen aan een dergelijke boekhouding: zo hoeft de boekhouding niet worden opgesteld door een professional.
Om de mate van omvang van de werkzaamheden te kunnen bepalen moet belanghebbende ook een urenregistratie bijhouden. Dit kan de vorm hebben van een simpel dagboek.
Als de zelfstandige btw-plichtig is, dient de btw-afdracht te blijken uit de btw-aangifte. Btw-aangifte vindt in de regel plaats per kwartaal. Als belanghebbende in aanmerking komt voor de kleine ondernemersregeling regeling (KOR) is hij minder of niet btw-plichtig.
Het zorgen voor controleerbare inkomsten valt onder de informatieplicht van belanghebbende (artikel 17 Pw). Al blijkt dat belanghebbende zijn inlichtingenplicht schendt, kan de volledige uitkering worden herzien en teruggevorderd en een bestuurlijke boete worden opgelegd. Het is immers aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat hij wel recht op bijstand heeft als hij wel aan zijn inlichtingenplicht zou hebben voldaan (CRvB, LJN: BO6537 en CRvB, LJN: BY2128).
Als belanghebbende de intentie heeft om uiteindelijk in zijn levensonderhoud te voorzien door middel van zijn zelfstandige werkzaamheden dan is volgens de definitie geen sprake van marginale zelfstandige werkzaamheden. Belanghebbende zal moeten kiezen tussen het Bbz 2004 en eventueel het voorbereidingsjaar of marginale zelfstandigheid. Veel gemeenten hebben om deze reden in hun beleidsregels over marginale zelfstandigheid opgenomen dat aansluitend aan marginale zelfstandigheid geen gebruik gemaakt kan worden van het Bbz 2004. Dit lijkt echter rechtens moeilijk afdwingbaar en via het begrip ‘aansluitend’ ook eenvoudig te omzeilen. Toch is het van belang dat zowel de gemeente als belanghebbende marginale zelfstandigheid niet ziet als voorportaal van het Bbz 2004. Gebeurt dit wel, dan worden de regels voor een startende ondernemer omzeild en het Bbz 2004 oneigenlijk opgerekt. Bovendien is het voorbereidingsjaar als bedoeld als voorportaal van het Bbz 2004. Marginale zelfstandigheid op zichzelf is dus geen re-integratie instrument.
Belanghebbende moet zijn zelfstandige werkzaamheden te allen tijde op korte termijn kunnen beëindigen zodat ze andere re-integratieverplichtingen niet in de weg staan. Belangrijk is dus dat hij geen langlopende contracten aangaat.
Belanghebbende moet gericht blijven op het vinden van betaald werk (indien van toepassing). De zelfstandig werkzaamheden mogen geen alibi zijn om de zoektocht naar betaald te staken.
Toestemming voor marginale zelfstandige werkzaamheden mag geen enkele belemmering vormen voor het aanvaarden van betaald werk. Als belanghebbende zijn re-integratieverplichtingen schendt, kan er op grond van de re-integratieverordening een maatregel worden opgelegd. In de praktijk zal belanghebbende zijn marginale zelfstandige werkzaamheden combineren met een traject vanuit de gemeente.
Vaste jurisprudentie van de CRvB stelt dat bij de vaststelling van de hoogte van het in aanmerking te nemen inkomen er geen ruimte is voor verrekening van verwervingskosten. Hiervoor staat eventueel de weg van het participatiebudget (of desnoods bijzondere bijstand) open (CRvB, LJN AJ9668, CRvB, LJN AQ2075). Belanghebbende kan dus eventuele verwervingskosten declareren. De verwervingskosten worden beoordeeld aan de hand van facturen en betaalbaar gesteld uit het participatiebudget. Hierdoor kan inzicht verkregen worden op de omvang van de werkzaamheden en kan beoordeeld worden of de verwervingskosten in verhouding staan tot de inkomsten. De gemeente vergoedt hierbij nooit meer verwervingskosten als dat er inkomsten zijn.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1.
Voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Westerwolde 2023