Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.1.

De in de Wet genoemde voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Westerwolde 2023

De belanghebbende heeft op grond van art. 31, tweede lid, onder n Participatiewet, art. 8, lid 2, IOAW en art. 8, lid 3, IOAZ, gedurende een periode van 6 maanden recht op een gedeeltelijke vrijlating van een inkomen uit arbeid indien: De belanghebbende ouder is dan 27 jaar, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, en de belanghebbende algemene bijstand/IOAW/IOAZ ontvangt, en het college heeft geoordeeld dat de werkzaamheden bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende, en de belanghebbende nog niet eerder voor vrijlating van inkomsten gedurende ten hoogste 6 maanden op grond van art. 31, tweede lid, onder n Participatiewet, art. 8 lid 2 IOAW, art. 8, lid 3 IOAZ en deze beleidsregels in aanmerking is gekomen. De alleenstaande ouder heeft op grond van art. 31, tweede lid, onder r Participatiewet, art. 8, lid 5 IOAW en art. 8, lid 9 IOAZ gedurende een periode van maximaal 30 aaneengesloten maanden recht op een gedeeltelijke vrijlating van een inkomen uit arbeid indien: De alleenstaande ouder, ouder is dan 27 jaar, en de alleenstaande ouder algemene bijstand ontvangt, en de alleenstaande ouder de volledige zorg heeft voor een ten laste komend kind tot 12 jaar, en een periode van gedeeltelijke inkomensvrijlating van 6 maanden, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, voorbij is, en de gedeeltelijke vrijlating naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van belanghebbende. Ten einde gebruik te kunnen maken van de vrijlatingsregeling dient de belanghebbende een schriftelijke aanvraag te doen bij de gemeente, alvorens met de werkzaamheden is gestart. De gemeente zal deze aanvraag met in achtneming met deze beleidsregels beoordelen en middels een beschikking afhandelen. Toelichting De reguliere inkomstenvrijlating is geregeld in artikel 31 lid 2 onderdeel n Participatiewet en geldt voor belanghebbenden die een uitkering algemene bijstand ontvangen en deze vrijlating naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Doel van de inkomstenvrijlating is mensen met een uitkering te stimuleren een gehele of gedeeltelijke baan te accepteren. Alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor een of meer kinderen tot 12 jaar, kunnen na de reguliere inkomstenvrijlating nog voor maximaal 30 aaneengesloten maanden in aanmerking komen voor een aanvullende inkomstenvrijlating. De vrijlating is geregeld in artikel 31 lid 2 onderdeel r Participatiewet. De wetgever vindt het belangrijk dat ook alleenstaande ouders gestimuleerd worden te gaan werken. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat zij vanwege de combinatie van werk en zorgtaken vaak langere tijd nodig hebben om hun arbeidsuren uit te breiden en zo uit te stromen (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 18). Voor toepassing van de aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders, eventueel met een of meerderjarige kinderen, is vereist dat: de alleenstaande ouder (of ongehuwde) de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar; de periode van zes maanden waarvoor hij in aanmerking komt voor de reguliere inkomstenvrijlating is verstreken, en; dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. De situatie kan zich voordoen dat beide partners tot de doelgroep behoren die recht heeft op inkomstenvrijlating en dat beide partners beperkte inkomsten uit arbeid genieten. Aangenomen moet worden dat er dan voor iedere partner afzonderlijk recht bestaat op inkomstenvrijlating

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel