Een gezin / huishouden met
A. ten laste komende thuiswonende schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar
B. een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag).
C. een vermogen niet hoger dan de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet.
Een nettomaandinkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) en/of vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens, leidt tot verlies van het recht op aanspraak op de regeling.