Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Eisen aan de peuter-kleutergroepen

Onderdeel van Beleidsregels Kader: Minimale vereisten peuter-kleutergroepen

1.. De voor- en vroegschool maken gezamenlijk een beleidskader zoals beschreven onder 4. van de organisatorische randvoorwaarden en sturen een kopie hiervan naar de gemeente. 2.. Ouders geven toestemming voor deelname van hun kind in een peuter-kleutergroep. 3.. Minimumleeftijd voor het instromen is 3 jaar en 6 maanden. Maximumleeftijd voor de uitstroom is 5 jaar. Daarbij wordt altijd gekeken naar de ontwikkelleeftijd en behoefte van het kind. 4.. De groep bestaat - conform de Wet Kinderopvang - uit maximaal 16 kinderen. 5.. Op de peuter-kleutergroep staat minimaal één onderwijsprofessional en één professional van de kinderopvang. De onderwijsprofessional heeft als specialisatie ‘het jonge kind’, de pedagogisch medewerker is VVE-gecertificeerd. 6.. Er wordt gewerkt aan de doorgaande lijn naar de reguliere groep 1: wat heeft dit kind nodig om goed te kunnen starten in groep 1. 7.. De ontwikkeling van kinderen in de peuter- en kleutergroep wordt intensief gevolgd en besproken en het aanbod wordt afgestemd op hun ontwikkeling en eventuele ondersteuningsbehoefte. 8.. Een peuter kan binnen een redelijke termijn terug naar een reguliere stamgroep in de opvang, als blijkt dat de peuter-kleutergroep niet passend is. 9.. De doelstellingen en de (afspraken over) de werkwijze en samenwerking worden door de voor- en vroegschool gezamenlijk geëvalueerd. De resultaten worden teruggekoppeld naar de gemeente. 10.. IKC’s dienen medewerking te verlenen aan evaluaties, effectmetingen en kennisuitwisseling van de pilot wanneer hen dat gevraagd wordt.

Rechtspraak bij dit artikel