De Participatiewet vervult een complementaire functie in het sociale zekerheidsstelsel. Dit komt tot uitdrukking in artikel 15 Participatiewet, waarin gesteld wordt dat:
“Geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de inwoner toereikend en passend te zijn. En- het recht op bijstand- strekt zich niet uit tot kosten die in de voorliggende voorziening niet als noodzakelijk worden aangemerkt”.
Onder voorliggende voorziening wordt, in artikel 5 onder e Participatiewet, verstaan:
“elke voorziening buiten deze wet waarop de persoon of gezin aanspraak kan maken of een beroep op kan doen, om middelen te verwerven of om specifieke uitgaven te kunnen betalen”.
Tot de voorliggende voorzieningen worden gerekend alle voorzieningen waarop door de inwoner een beroep kan worden gedaan. Denk aan studiefinanciering, kredietverlening door een bank en de ‘zorgwetten’; de zorgverzekeringswet (inclusief toereikende aanvullende verzekering), de Wlz en de Wmo. De Participatiewet kan het beleid van voorliggende voorzieningen in principe niet doorkruisen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Basisvoorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2022, gemeente Koggenland