Naar hoofdinhoud
1.. Zoals bepaald in artikel 6 van de toepasselijke Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland wordt het aantal overnachtingen ter zake van verblijf in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen voor vakantie of recreatief gebruik forfaitair vastgesteld. Ingevolge artikel 6 tweede lid van de toepasselijke Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland is de forfaitaire berekeningswijze uitsluitend van toepassing voor jaarplaatsen, (vaste) seizoenplaatsen en arrangementen die gebruikt worden door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen. 2.. De belastingplichtige dient bij de aangifte op een plattegrond/kaart duidelijk aan te geven voor welke vaste jaarplaatsen, (vaste) seizoenplaatsen en/of vakantieonderkomens het aantal overnachtingen forfaitair kan worden vastgesteld gelet op het bepaalde in artikel 6 van de toepasselijke Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland. Indien deze mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen of mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen voor vakantie of recreatief gebruik daarnaast aan passanten worden verhuurd/ in gebruik worden gegeven dienen deze passanten eveneens te worden geregistreerd in het nachtverblijfregister conform artikel 3 eerste lid van deze uitvoeringsregeling. Ook voor de overnachtingen van deze passanten is de belastingplichtige toeristenbelasting verschuldigd, waarbij gelet op het bepaalde in artikel 6 tweede lid van de toepasselijke Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland niet kan worden geopteerd voor de forfaitaire berekeningswijze. 3.. Indien de belastingplichtige in de aangifte verzoekt de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 van de toepasselijke Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland vast te laten stellen op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal of als het college van burgemeester en wethouders constateert dat de forfaitaire berekeningswijze niet van toepassing is, wordt het werkelijk aantal overnachtingen vastgesteld aan de hand van het nachtverblijfregister of in geval van een door het college van burgemeester en wethouders verleende ontheffing als bedoeld in artikel 3 derde en vijfde lid van deze uitvoeringsregeling aan de hand van een eigen nachtverblijfregister.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel