**1..** Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
**2..** Het gebruikersdeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel verhoogd met een bedrag geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
**3..** Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen wordt de hoeveelheid water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen.
**4..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
**5..** De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd via de gemeentelijke riolering.
**6..** Bij gebruik van één zelfde gemeenschappelijke watermeter door meerdere zelfstandige percelen wordt de totale hoeveelheid afgevoerd water voor deze percelen tezamen bepaald overeenkomstig lid drie. Vervolgens wordt de aldus bepaalde hoeveelheid water naar evenredigheid verdeeld over het aantal betrokken percelen.
**7..** Van nieuwe gebruikers, niet bedoeld in lid 6, wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel bekend zijn een recht geheven naar een leidingwaterverbruik van 130 kubieke meter, met dien verstande dat voor alleenstaanden een waterverbruik van 40 kubieke meter wordt aangehouden. Indien er sprake is van een binnengemeentelijke verhuizing, wordt voor het betreffende belastingjaar het leidingwaterverbruik van het oude adres ook geacht het leidingwaterverbruik van het nieuwe adres te zijn.
**8..** De leden 6 en 7 zijn niet van toepassing voor bedrijven en overige niet natuurlijke personen. Het waterverbruik van bedrijven en van overige niet natuurlijke personen, die gebruik maken van een gemeenschappelijke watermeter, wordt door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoeld ambtenaar (heffingsambtenaar) geschat. Zolang geen gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel bekend zijn, wordt bij nieuw gevestigde bedrijven of overige niet natuurlijke personen het waterverbruik eveneens door de heffingsambtenaar geschat.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Meerssen 2023