Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 17

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023

1.. Een client is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang de client van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen, anders dan opvang en beschermd wonen, of een persoonsgebonden budget zijn gelijk aan de kostprijs volgens het landelijk vastgestelde bedrag als bedoeld in de artikelen 2.1.4, derde lid en 2.1.4a, vierde lid van de wet, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. . In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor de maatwerkvoorziening Krachtig ouder worden. 4.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor collectief vervoer € 0,91 per zone. Per rit geldt een instap-tarief ter hoogte van de kosten van een zone. Na de vijfde zone geldt een tarief van maximaal € 13,06 per zone. Voor een meereizende reisgenoot (zonder vervoerspas) geldt een tariefvan € 2,92 per zone. Deze tarieven worden jaarlijks door het college van Burgemeester en Wethouders ge1ndexeerd. 5.. De kostprijs van: een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie op de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen); persoonsgebonden budget is gelijk aan de hoogte van het persoonsgebonden budget. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige client is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een client. 7. . Het college bepaalt bij nadere regels door welke instantie, in geval van de maatwerkvoorziening beschermd wonen en opvang, op grond van artikel 2.1.4a, zevende lid, van de wet, de bijdrage wordt vastgesteld en ge1nd. Deze bijdrage telt niet mee voor het abonnementstarief op grond van de wet en het “Uitvoeringsbesluit Wmo 2015”. 8. . Voor de maatwerkvoorziening opvang, waarbij alle kosten voor bed, bad, brood en begeleiding voor rekening zijn van de organisatie die de opvang biedt, geldt per maand een door de client te betalen bijdrage, overeenkomstig het bepaalde in de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Heerlen. 9. . Voor de maatwerkvoorziening opvang, waarbij de kosten voor bad en brood voor rekening van de client komen, geldt per maand een door de client te betalen bijdrage, overeenkomstig het bepaalde in de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Heerlen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel