De algemene criteria om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 3 zijn van overeenkomstige toepassing.
Om tot een juiste probleemstelling te komen en te beoordelen welke ondersteuning er passend en goedkoopst adequaat is, wordt er informatie verzameld over het verplaatsingsgedrag van de aanvrager. Hieronder wordt verstaan: het verplaatsingsmotief (waarom), de verplaatsingsbestemming (waarheen), de verplaatsingsfrequentie (hoe vaak) en de wijze van verplaatsen (hoe en waarmee).
Komt men voor een vervoersvoorziening in aanmerking, dan onderscheiden we vervoer voor de korte en langere afstand. Het vervoer op de korte afstand is het zogenoemde “loop-“ en “fietsvervoer”. Het vervoer op de langere afstand is het vervoer waarvoor personen zonder beperking het openbaar vervoer zouden kunnen nemen. In ieder geval bij personen met een zeer beperkte loopafstand (tot maximaal 100 meter) kan op beide terreinen een oplossing worden aangeboden.
Voorzieningen om zich buiten de directe leefomgeving te kunnen verplaatsen of om voorzieningen mee te nemen, zoals aanhangers en oprijplaten voor het meenemen van scootermobielen of een meeneembare scootermobiel, worden niet verstrekt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Afwegingskader
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2023