**1..** De raad kan, op voorstel van het college, een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht, wanneer een groep van onroerende zaken van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en zich in deze groep één of meerder monumenten bevinden.
**2..** Het college stuurt het voorstel voor advies aan de Monumenten- en Welstandscommissie Waterland.
**3..** De raad stelt ter bescherming van een aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij de aanwijzing van het beschermd stads- of dorpsgezicht kan daarvoor een termijn worden gesteld.
**4..** Bij de aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of een geldend bestemmingsplan als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt of dat een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening moet worden vastgesteld.
**5..** Als een bestemmingsplan opnieuw moet worden vastgesteld als gevolg van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de raad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen.
**6..** Dit artikel is niet van toepassing op:
beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988; of
een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2.3
Artikel 2.10
Aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021